Barmoeders, slot: Rita van café Bij Rita

72

“De prijs van het bier verhogen? Dat doe ik mijn klanten niet aan”

In de plooien van Haspengouw, tussen Sint-Truiden en Tongeren, ligt Heks. Er wonen geen 400 mensen meer, maar een bloeiend café is er nog wel. Rita Clemens werd 60 jaar geleden in het café geboren en staat er nog altijd achter de toog. “Ik heb al dikwijls gezegd dat ik het beu ben, maar een dag later ben ik al van gedacht veranderd.”

Het is de zaterdag voor Kerstmis. Achter de toog van haar café in het schattige dorpje Heks wijst Rita één voor één de vijf klanten aan die pal op het middaguur al op post zijn. Ondertussen somt ze hun woonplaatsen op. “Gors-Opleeuw… Heks… Horpmaal… Hoepertingen… Jesseren.”

Raymond, een zestiger en op zijn betere dagen ongetwijfeld de plezantste thuis, roept: “En zij is van Kuttekoven!” Rita schenkt geen aandacht aan Raymonds grapdwang. Ze gaat onverstoord verder. “Zie je? Mijn klanten komen van overal. En ze zijn van alle generaties. Sterker nog, de oma’s en opa’s van deze mensen kwamen hier vroeger ook al bij mijn oma en later bij mijn mama.”

In dit huis aan de Herkenrodebeek begon Louise, Rita’s grootmoeder, in 1930 met café De Ware Vrienden. 25 jaar later werd Rita hier geboren. Kort daarna nam haar moeder het café over en herdoopte het Bij Josée. Op 1 april 1990 was het Rita’s beurt om zich achter de toog te zetten, met een nieuwe naamsverandering als gevolg. “Ik had met mijn ex-man een elektrowinkel in Borgloon”, vertelt de cafébazin. “Maar toen mijn papa stierf, kon mijn mama het café niet meer alleen aan. Ze stond voor de keuze: ofwel het café verkopen aan vreemde mensen, ofwel een van haar kinderen overtuigen om het over te nemen. Mijn broer en mijn zus zagen het niet zitten. En ik ook niet. Ik had altijd gezegd dat ik nooit een café zou beginnen. Maar ik ben toch van gedacht veranderd. Ik ben in dit huis geboren. Emotioneel kon ik het niet aan dat het café niet in de familie zou blijven.”

En dus viert de familie Clemens in augustus al de 85e verjaardag van haar onmisbare dorpskroeg, gecombineerd met het zilveren jubileum van Rita als waardin. Er komt een groot feest. Mét orkest. “Een paar klanten die vroeger nog in orkesten gespeeld hebben, treden die avond speciaal voor mij nog eens op. Of ze gaan het alleszins proberen. Het zijn zeventigers en het is al lang geleden dat ze nog gemusiceerd hebben, maar binnenkort beginnen ze te repeteren.”

Het feest valt samen met het Spel Zonder Grenzen dat de gemeente Heers elk jaar organiseert voor haar twaalf deelgemeentes (Rukkelingen, iemand?). Dit jaar is het de beurt aan Heks om de organisatie op zich te nemen. In dit bucolische boerendorp op een boogscheut van Wallonië regeert de fruitteelt, maar de meeste niet-gepensioneerde inwoners werken elders. Ze pendelen naar Tongeren, Sint-Truiden of Wellen. Als Heks ergens een belletje doet rinkelen, is het dankzij haar kasteel, dat in de late achttiende eeuw gebouwd werd als lusthof voor de prins-bisschop van Luik. Het is nog steeds bewoond, nu door de familie van graaf Ghislain d’Ursel, een van de weinige dorpelingen die géén stamgast is bij Rita. “Hij is hier al geweest, hoor, maar niet dikwijls.”

Roken in ‘de vip’
Van haar 60 levensjaren woonde Rita er 45 in het café. In haar jeugd moest ze af en toe helpen, maar niet veel. “Mijn papa zei altijd: ‘Leert gij maar.’ Alleen ’s ochtends kuisten we mee. In het café zelf hielpen we alleen als het echt heel druk was. Mijn mama deed bijna alles zelf. Naast het café had ze ook nog een frituur én een kantoor van de ziekenkas.”
Theo, een veertiger met een pet, kwam hier voor het eerst toen hij zes jaar was. “Op een sinterklaasfeestje van de ziekenkas.” Veertig jaar later komt hij hier nog altijd bijna dagelijks. “Als het café gesloten is, zijn wij kwaad”, zegt hij van op zijn vaste plek op de hoek van de toog. “Vroeger was er zelfs geen sluitingsdag. We hebben een jaar ambetant rondgelopen toen Rita besloot om woensdag te sluiten.” Niet dat de cafébazin dan uitgebreid de tijd voor zichzelf neemt. Op woensdag babysit ze op haar twee kleinkinderen, 4,5 en 1,5 jaar oud. “Ik ga zelden ergens naartoe en ga bijna nooit op vakantie. Dit jaar heb ik het café één dag vrijwillig gesloten. En toen waren zij allemaal (wijst het café rond) aan het klagen. Ze vinden het abnormaal dat ik er niet ben. Vorige week was ik ziek op dinsdag. Toen heb ik ook gesloten. Ik kon écht niet werken en had een briefje aan de deur gehangen. Héél het dorp wist het. Ik kon de dagen erna niet buitenkomen of ze vroegen: ‘Ge zijt toch al genezen?’”

Een extra inkomstenbron, zoals haar moeder, heeft ze nooit gezocht. Een frituur of filiaal van de ziekenkas is er niet meer. Maar voor de klanten is Rita zoveel meer dan alleen een cafébazin. “Ze zal altijd de eerste zijn om ons te helpen wanneer we met iets zitten”, zegt Fabienne, een vrolijke praatwaterval met een bril. “Ze is onze surrogaatmama”, roept de getatoeëerde Appie. “En onze psychologe”, zegt Theo. “Maar dan eentje die we niet moeten betalen.”

Lees verder in P-magazine, ook beschikbaar op Android en iPad.
Foto: ©Jelle Vermeersch
Tekst: Patrick Vincent

REACTIES

Lees ook Meer van deze auteur