Bilancia: seriemoordenaar met letterlijk én figuurlijk een kort lontje

898

De Italiaan hielp in enkele maanden tijd zeventien mensen het hoekje om. Volgens zijn psychiatrisch verslag trapte hij door omdat hij nogal klein geschapen was.

De kleine bedplasser

Donato Bilancia wordt op 10 juli 1951 geboren in Potenza, een stadje in het zuiden van Italië. Hij heeft ook nog een anderhalf jaar oudere broer.

In 1954 verhuist het gezin naar Asti, een slordige negenhonderd kilometer noordwaarts. De mensen zijn er losbandiger en vader Bilancia leert de geneugten des levens kennen: dames van plezier en drank. Uit miserie zet ook moeder het op een zuipen. De kinderen zijn de dupe.

Mede daardoor plast de tienjarige Donato Bilancia nog geregeld in zijn bed. Om hem te vernederen, zet moeder zijn natte matras voor de deur te drogen, zodat de hele buurt het kan zien. Ooms, tantes en neven lachen de bedplasser uit. Zelfs op school wordt hij er mee gepest. Desondanks is Bilancia een briljante leerling.

Op zijn veertiende gaat Bilancia bij zijn tante logeren. De vrouw heeft zelf ook drie tienerjongens. Op een avond trekt tante onverhoeds Donato Bilancia’s pyjamabroek naar beneden en zegt tegen haar zonen: “Kijk, jullie neef heeft nog een kinderpiemeltje.” Iedereen lacht, behalve Donato Bilancia. Die laat zich, dood van schaamte, plat voorover vallen. Het moment dat hem getekend heeft voor het leven, zo zal hij naderhand verklaren.

Puberende pikkendief

Het nieuwtje gaat zelfs rond op school, waar ze hem ‘babypiemel’ noemen. Bilancia blijft er dan maar weg. Tijdens de uren dat hij op de schoolbanken zou moeten zitten, trekt hij naar het zwembad, het park of andere plaatsen waar wat te stelen valt.

Waar hij zijn gestolen geld weer aan uitgeeft? Aan prostituees, die lachen tenminste niet met zijn klein gereedschap. En aan kaartspelletjes, die hij meestal verliest.

Op zijn vijftiende gaat hij aan de slag als monteur. Nadien wordt hij ook nog barman, bakker en bezorger. Na die laatste job besluit hij dat werken eigenlijk niks voor hem is.

Op naar het grotere werk

Op zijn zestiende steelt hij een Alfa Romeo waarvan de koffer vol autoradio’s zit. Die verkoopt hij, maar al snel wordt hij opgepakt en in een tuchthuis voor minderjarigen geplaatst. Wat volgt is een carrière van diefstallen, veroordelingen en korte celstraffen.

Na een mislukte rooftocht in Frankrijk krijgt hij een fikse straf: dertig maanden effectief. In de gevangenis leert hij iemand kennen die zich bezighoudt met grote inbraken. Samen met deze man, eveneens een Italiaan, verdient hij na zijn vrijlating bakken geld met grote kraken. Centen die hij even snel weer uitgeeft weer uitgeeft aan lichtekooien en in goktenten. In sommige casino’s mag hij zelfs onder nul gaan, waarna hij ‘s anderendaags op dievenpad gaat om die put weer te vullen.

Eind jaren tachtig krijgt Bilancia grote tegenslagen te verwerken. De zelfmoord van zijn broer, een ongeval waar hij aanvankelijk meer dood dan levend uitkomt en, als gevolg daarvan, het faillissement van een winkel die hij had overgenomen om weer op het rechte pad te geraken. Om te overleven pleegt hij wederom inbraken en gaat hij aan de slag als gigolo. In zijn vrije tijd zit hij steevast in het casino.

Het verraad

In een speelhuis leert hij Maurizio Parenti kennen. Ze gaan al eens samen een pintje drinken, of naar de publieke dames. Meestal is het dan Bilancia die trakteert. Op een mooie dag in de zomer van 1997 vraagt Parenti of Bilancia geen zin heeft om een avondje te gaan spelen in het casino waar hij buitenwipper is. Hij wint er een smak geld en de twee spreken af later die week nog eens in dezelfde tent te spelen.

Dit keer verliest hij omgerekend zo’n drieduizend euro. Bilancia wil de nacht die volgt opnieuw gaan spelen, om zijn verlies weer goed te maken. Maar hij verliest opnieuw. En opnieuw. Na een week is hij enkele miljarden Italiaanse lire armer. Tijdens zo’n weinig succesvolle nacht moet Bilancia plots een grote boodschap doen en haast zich naar het toilet. Terwijl hij op de pot zit, hoort hij Parenti samen met de eigenaar van de speelhal het sanitaire gedeelte binnenkomen. Ze praten over hoe ze hem, door vals te spelen, al zo veel geld wisten te ontfutselen. “Ongelooflijk hoe die dommerik daar in blijft trappen, nacht na nacht.”

De eerste moord

Bilancia is verdrietig. De rest van de nacht huilt hij, omdat hij niet kan geloven dat hij door zijn vriend zo in de zeik werd genomen. Maar al snel volgt woede. En de drang om wraak te nemen…

14 oktober 1997, vier uur ‘s ochtends. Bilancia wacht de grote baas van het casino op. Op het moment dat die uit zijn auto stapt, spreekt Bilancia hem aan. “Nu kom ik mee naar je thuis en gaan we daar een spelletje spelen.” Eenmaal binnen beveelt Bilancia de bedrieger al zijn kleren uit te trekken. Ondertussen richt hij een revolver op hem. Het liefst van al knalt Bilancia de verrader daarmee door zijn kop, maar hij weet dat dit de buren zou opschrikken. “Morgen een demper kopen”, schiet het door zijn hoofd.” In de plaats van hem neer te schieten, bindt hij hem vast met duct tape. Ondertussen legt hij hem kalm uit waarom de valsspeler dadelijk zijn laatste adem zal uitblazen. Tot slot plakt Bilancia kleefband over diens neus en mond, zodat hij stikt. Nadien verwijderd hij de tape weer. Wanneer het lichaam enkele dagen later gevonden wordt, vermoeden de autoriteiten een hartaanval.

Ook Parenti moet dood

Parenti ruikt niet de minste onraad, wanneer Bilancia hem op 24 oktober bij zijn thuiskomst staat op te wachten. Met een tas onder de arm spreekt zijn vriend hem aan: “Ik heb een stel prachtige horloges die je echt eens moet bekijken.” Parenti, een echte uurwerkenfreak, vraagt Bilancia mee naar binnen.

Eens binnen, trekt Bilancia zijn pistool. In de tas die hij bij zich heeft zitten geen horloges, maar wel duct tape en handschoenen. Hij plakt Parenti vast aan een stoel. Carla Scotto, Parenti’s vrouw, hoort het tumult en komt een kijkje nemen. Nog voor ze het goed en wel beseft, zit ze eveneens geboeid met tape. Met het schietijzer – nu met demper en al – onder zijn neus geeft Parenti de code van zijn kluis, waaruit Bilancia twaalf miljoen lire en drie Rolex-horloges haalt. Vervolgens legt hij de twee om en gaat er vandoor.

De juwelier en zijn vrouw

Toch heeft Bilancia nog niet genoeg. Op 27 oktober volgt hij juwelier Bruno Solari, die er warmpjes in zit, naar zijn huis. Kort nadat Solari naar binnen gaat, belt Bilancia aan. “De postbode”, verzint hij ter plaatse. “Met een aangetekende zending.”

Solari laat hem binnen. Bilancia heeft geen brief bij, maar wel zijn schietijzer. “Eigenlijk kom ik jullie overvallen”, zegt hij droogjes. Solari’s vrouw zet het op een gillen, Bilancia legt haar het zwijgen op. Nu begint de juwelier zelf van zijn oren te maken en dus schiet Bilancia hem ook maar neer. Hij druipt af zonder buit.

Het wisselkantoor

Bilancia heeft nu dringend geld nodig. Een aantal avonden op rij houdt hij de bewegingen in een wisselkantoor in de gaten. Op 13 november slaat hij toe. De bediende zet een vuilbak buiten. Bilancia glipt naar binnen, maakt 45 miljoen lire buit en executeert de werknemer.

Een nachtwaker voor de fun

Januari 1998. Bilancia kijkt thuis tv, wanneer hij plots denkt: “Een nachtwaker vermoorden. Dat zou nog wel cool zijn.” Al snel vindt hij een potentieel slachtoffer: Giangiorgio Canu. Hij volgt de nietsvermoedende man enkele dagen om diens vast patroon te kennen en knalt hem neer op 25 januari, pal voor de tabakswinkel waar Canu nachtwaker is.

Dames van plezier

9 maart 1999. Bilancia bezoekt zijn vader in Cogoleto. Op de terugweg naar huis krijgt hij plots zin om van bil te gaan. Hij pikt de straatmadelief Stela Truya op, maakt met haar een nummertje op de achterbank en schiet haar daarna door het hoofd.

Op 17 maart spreekt hij Ludmilla Zubckova aan: een drieëntwintig meisje van de straat. Hij belooft haar een miljoen lire voor orale seks. Bilancia neemt haar mee naar een verlaten parking en ritst zijn broek open. “Dit geklungel is geen miljoen waard”, besluit hij na een tijdje. Hij legt haar neer met een nekschot.

Nog een geldwisselaar

20 maart. Net na sluitingstijd glipt Bilancia via een open raam een wisselkantoor binnen. Hij duwt zijn pistool onder de enige aanwezige bediende zijn neus, met de vraag hem cash mee te geven. Uiteraard moet de bediende sterven. Met de buit trekt Bilancia naar het casino.

De transseksueel

Tijdens de nacht van 23 maart pikt Bilancia de transseksuele lichtekooi Lorraine op. Hij rijdt met haar op het domein van een villa. Daar doet hij zijn broek uit, waarna Lorraine aan haar taak begint. Plots doemen er twee bewakers op. Die willen uiteraard weten wat het duo daar op het domein doet. Bilancia antwoordt met een salvo van kogels. Lorraine stapt uit de auto, gehuld in enkel haar onderbroek. Ze ziet hoe Bilancia zijn pistool op haar richt en hoort een doffe klik. Bilancia herlaadt zijn wapen en Lorraine wil de benen nemen, maar de moordenaar loopt haar achterna. Hij jaagt haar een kogel door het hoofd en laat haar voor dood achter. Maar… de transseksueel leeft nog. Ze gaat naar de politie en geeft daar een nauwkeurige persoonsbeschrijving van de seriemoordenaar die reeds maanden de buurt teistert. De arm der wet verspreidt een robotfoto.

Een Nigeriaanse publieke dame

29 maart. Dat zijn robotfoto overal te zien is, heeft Bilancia zelf ook wel door. Toch heeft de arm der wet nog niet het flauwste benul wie hij is. Om het zekere voor het onzekere te nemen, laat hij zijn Mercedes thuis en steelt een Opel Kadett. Daarmee pikt hij Terry Asodo op, een Nigeriaanse van zevenentwintig. Nadat hij met haar zijn ding deed, jaagt hij ze drie kogels door het hoofd.

Een bloedmooie verpleegster

Op 12 april neemt Bilancia de trein richting Venetië. Hij neemt plaats naast een ongelooflijk knappe vrouw: de 32-jarige verpleegster Elisabetta Zoppetti. Bilancia krijgt er zowaar een hard plassertje van. Zopetti gaat naar het toilet en de moordenaar volgt haar. “Als ik haar hier verkracht, dan gilt ze waarschijnlijk de hele trein bij elkaar”, schiet het door zijn hoofd. Hij schiet haar dan maar dood. Voor hij weer in de coupé gaat zitten, vist hij eerst haar treinkaartje nog uit haar zak. Zelf had hij er geen gekocht en er moest maar eens een conducteur rondlopen.

Paniek alom bij het publiek. De slachtoffers van de drieste killer zijn niet langer wisselagenten, bewakingsagenten en prostituees, maar ook ‘gewone’ mensen. Werkelijk iedereen kan zo maar eens het volgende slachtoffer worden.

Nog een meisje van plezier

14 april. Met een broek vol goesting en zijn pistool op zak, trekt hij naar daar waar de straatmadelieven te vinden zijn. Aan een jongedame met geblondeerde pieken vraagt hij waar haar roots liggen. “Albanië”, antwoordt ze. Bilancia knikt goedkeurend. Hij probeert immers zo veel mogelijk verschillende nationaliteiten om te leggen. Na een beurt in de auto, vraagt hij haar weer op te hoepelen. Ze is nog maar net uit de gestolen Kadett, of ze krijgt al een kogel in de nek.

Alweer een tippelaarster. Het publiek neemt het goed op. De anonieme seriemoordenaar kiest er dus toch dames van lichte zeden uit. Die verpleegster op de trein? Zal wel bijgeklust hebben als courtisaine!

Masturberen op de trein

Op 18 april spoort Bilancia nogmaals naar het oosten van het land. Opnieuw kiest hij een coupé waar hij een knappe jongedame in haar eentje treft. De studente Maria Angela is dit keer het slachtoffer. Net als de eerste keer, volgt hij haar naar het toilet. Daar ontgrendelt hij de deur met een vierkante sleutel en schiet de verschrikte studente door haar hoofd.

Dit keer kan hij zijn hitsigheid echter niet meer de baas. Hij masturbeert op het naakte onderlijf van zijn slachtoffer, waarna hij zijn handen en liefdespenseel schoonmaakt aan haar kleren.

Gratis brandstof of de kogel

20 april. Bilancia rijdt richting Genua en stopt onderweg voor een tankbeurt. “Ik heb geen geld bij”, zegt hij tegen de pompbediende. “Ik kom morgen wel betalen.” Die bediende trapt er niet in: “Nu betalen of ik bel de politie”, klinkt het antwoord. Bilancia haalt zijn blaffer tevoorschijn en schiet de man neer. Met de inhoud van de kassa trekt Bilancia verder de nacht in, op naar het casino.

De arrestatie

Eind april heeft de politie, dankzij de persoonsbeschrijving van de transseksueel die de aanslag overleefde, een vermoeden dat Donato Bilancia de seriemoordenaar is. Agenten in burger achtervolgen hem en verzamelen achter zijn rug DNA van zijn sigarettenpeuken en een kopje waaruit hij dronk op café. De speurders vergelijken die met de sporen op Maria Angela en het blijkt – uiteraard – een match.

Op 6 mei slaan ze Bilancia bij hem thuis in de boeien. De eerste zeven dagen gebaart hij van kromme haas, op de achtste dag breekt Bilancia en bekent hij de moorden. Alle zeventien.

Bilancia verklaart in de rechtbank dat hij door de vernedering van zijn tante destijds, een knak voelde waardoor hij op het slechte pad geraakte. Het ongeluk dat hij later had en waarbij hij letterlijk op zijn hoofd viel, had daar geen goed aan gedaan. “Ontoerekeningsvatbaar”, pleit zijn advocaat. Daar trapt de rechter niet in: de koele killer heeft alles net iets te goed op voorhand gepland om gek te zijn.

Op 12 april 2000 krijgt Bilancia een effectieve gevangenisstraf van dertien keer levenslang plus twintig jaar. Of met andere woorden: die komt nooit meer vrij.

REACTIES

Lees ook Meer van deze auteur