COLUMN: Ik at zeep die smaakt naar koriander

440

Joke Van Caesbroeck is freelancejournaliste, dertig en van de vrouwelijke soort. Om de veertien dagen kunt u een column lang meekijken in haar hoofd. Daar is het soms gezellig, maar meestal niet.


Ik at zeep die smaakt naar koriander 

Af en toe lees ik een krant. Wanneer het geen zaterdag of zondag is, lees ik nieuwsberichten niet op papier maar op een scherm. Wanneer het geen zaterdag of zondag is, moet ik om een echte krant te halen zeven minuten fietsen. Ik heb nooit zin om zeven minuten te fietsen. Tenzij er op zeven minuten fietsen per ongeluk een café zou staan waar men gratis bier serveert aan mensen die de moeite nemen om gedurende zeven minuten naar het café te fietsen. Dit is niet het geval. 

Maar goed. Gisteren open ik dus een nieuwssite en lees ik daar een artikel waarin een jongeman zich erg boos maakt: ‘Het moet gedaan zijn met op al ons eten koriander te gooien!’ Hij zegt dat koriander smaakt naar zeep. Blijkt dat veertien procent van alle mensen vindt dat koriander smaakt naar zeep. Een of andere mutatie in een of ander gen. Ik stel me honderd mensen voor aan een tafel die vol koriander ligt. Veertien van die honderd mensen trekken hun kleren uit en beginnen zich te wassen. Of de vloer te dweilen. Want om welke zeepsoort het precies gaat, daar zwijgen die veertien dan weer in alle talen over. Zeep en zeep is twee hoor, hallo.

Ik durf het haast niet toe te geven. Ik heb nog nooit zeep gegeten. Ik weet niet hoe zeep smaakt. Totaal wereldvreemd ben ik. Maar ik maak er een punt van mijn medemens te begrijpen, ook de medemens met genmutaties. Ik fiets naar de Delhaize. De Delhaize ligt op zeven minuten fietsen. Ik heb alweer geen zin om zeven minuten te fietsen. Maar af en toe moet je eens wat tegen je zin doen. Om nieuwe dingen te ontdekken en niet nog wereldvreemder te worden. Om de medemens met genmutaties te snappen. 

Ik neem een bakje verse koriander en drie soorten zeep uit de rekken. Eentje voor het lichaam, eentje voor de intieme zone en eentje voor parketvloeren. Het meisje aan de kassa kijkt naar mijn koopwaar op de band, glimlacht samenzweerderig en kijkt me aan. Ze zegt: ‘Spaart u voor de roestvrije vleestang?’

Thuis vul ik een glas met parketzeep en een ander glas met intieme zeep. Op een bord leg ik een stuk van de blok lichaamszeep. Eerst proef ik de koriander. Het smaakt goed. Het smaakt naar koriander. Daarna neem ik een slok intieme zeep. Ik spuug het spul onmiddellijk uit. Ik ben vast lactacydintolerant. Ik wals de parketzeep en ruik. Ik nip aan het glas en laat de parketzeep rondgaan in mijn mond. Hinten van Honey Pops, oud zweet en overbevissing. In de afdronk een lichte houttoets. Massief. Ik gooi het stuk lichaamszeep omhoog en vang het op met open mond. Ik kauw. En dan smaak ik het. Koriander. Snel slik ik het stuk zeep door en proef van de koriander. Het smaakt niet naar het stuk lichaamszeep. Ik eet nog een stuk lichaamszeep. Het smaakt naar koriander. 

Ik moet naar de dokter. Ik maak me zorgen. Ik at zeep die smaakt naar koriander. Een gen van me muteert. Het is zeven minuten fietsen naar de dokter. Ik heb geen zin om zeven minuten te fietsen. 

 

 

Lees ook Meer van deze auteur