COLUMN: POEPINCIDENT

the path to the toilet
541

 

Joke Van Caesbroeck is freelancejournaliste, dertig en van de vrouwelijke soort. Om de veertien dagen kunt u een column lang meekijken in haar hoofd. Daar is het soms gezellig, maar meestal niet.


Poepincident

Ondanks het poepincident. Dat zei een nieuwslezeres gisterenavond. Ik zat in de zetel met mijn konijn. We aaiden elkaar en aten chips. We keken naar het journaal. We hadden geen zin om op café te gaan. 
Mijn konijn kijkt graag naar het journaal. Aanslagen vindt ze het leukste. Soms ben ik bang dat mijn konijn gaat radicaliseren. Ik houd haar baardgroei goed in de gaten.

Al het bommennieuws was al gepasseerd. Mijn konijn begon zich stilaan te vervelen, haar ogen vielen ervan toe, de mijne deden mee. Tot de nieuwslezeres het zei: ondanks het poepincident. Klaarwakker waren we ineens. We keken elkaar aan. Poepincident? Wie poepincident? Waar poepincident? Ik zei: ik hoop Joke Schauvliege! Mijn konijn zei: ik hoop in Syrië! 
Het nieuwsitem speelde zich af in Maastricht. Het poepincident overkwam een wielrenner. Een Nederlander die een rondewedstrijd won en zich voor de gelegenheid helemaal in het roze had uitgedost om in zijn geboortestad applaus te ontvangen. Er stonden veel mensen. Luid gejoel, roze confetti in de lucht. Nederlanders zijn echt een vrolijk volk. 

In Vlaanderen had die jongen gewoon Tom Vandermeulen geheten. Nederlanders hebben dikwijls een gekke achternaam. Tom Dumoulin, haha! De jongeman was op een klim in een etappe van zijn fiets moeten stappen omdat hij dringend moest kakken. Fiets weggooien, dat onhandige wielerpakje uit, naakt in de gracht gaan zitten en kakken maar. Wel met zicht op de bergen. 
Ik begreep het helemaal. Een paar jaar geleden vierde ik oudejaar in de Kraukause stad Krakau. Ik keerde naar België terug met een kofferbak vol wodka en darmen vol salmonella. Twee weken lang het ene poepincident na het andere. Ik kakte overal, behalve in toiletten. Op het einde van de twee weken kakte ik eens net voor het toilet. Toen was ik bijna genezen. 
Mijn konijn kan ook zeer goed kakken. Ik maakte haar zindelijk en slaagde daar zoals in alles maar half in. Vaak kakt mijn konijn in het konijnentoilet, komt dan weer naar binnen, nestelt zich op het vals schapentapijt in mijn woonkamer en beslist daar dat ze nog een beetje verder gaat kakken. Mijn vals schapentapijt is hoogpolig, ik kan er de poepincidenten uit knippen. 

Deze hele tekst leek misschien een column te gaan worden over een leuk actuafeitje, een wielrenner die kostbare minuten verloor omdat hij moest kakken. Een wielrenner die ondanks het poepincident de wedstrijd won. Maar alles wat u hiervoor las was enkel een inleiding op de enige vraag die ons allen bezighoudt. Wie o wie is de kaka van Tom Dumoulin na het poepincident gaan oprapen? In wiens verzamelkast ligt de kaka van Tom Dumoulin tussen bidons met speeksel van Tom Dumoulin en petjes geurend naar het opgedroogde zweet van Tom Dumoulin? Mij maak je niet wijs dat niemand die kaka is gaan zoeken. Het is een collector’s item. Ik versta het. Maar, eerlijke zoeker, deze in column vermomde oproep is aan u gericht: ga naar Krakau, neem een konijn, creëer uw eigen poepincidenten, maar geef alstublieft Tom Dumoulin zijn kak terug.

 

 

Lees ook Meer van deze auteur