COLUMN: Zak

701

Joke Van Caesbroeck is freelancejournaliste, dertig en van de vrouwelijke soort. Om de veertien dagen kunt u een column lang meekijken in haar hoofd. Daar is het soms gezellig, maar meestal niet.


Zak

Ik adem tegenwoordig meer in een papieren zak dan niet in een papieren zak. Ik heb dat nu ook altijd bij, een papieren zak. Gekregen van een vriendin die de zak op haar beurt kreeg van haar moeder. Mijn vriendin durft daags na het drinken weleens over te geven in de auto. Zonder zak maakt dat vieze plekken. En het is ook geen gezicht. De zak is gelukkig nog niet door haar gebruikt, dus kan ik er in ademen. In en uit, in en uit. Het is overal iets. Gelukkig zijn er zakken.

Ik doe veel dingen mis. Ademen doe ik nu ook al verkeerd. Wie zou nu denken dat een mens iets dat zo simpel en basaal is als ademen verkeerd kan doen. Dat is in feite het toppunt van verkeerdheid: compleet de mist ingaan met iets waar je niet eens over hoeft na te denken. Alsof je op een dag wakker zou worden en ineens scheel zou kijken. Gans verkeerd. Ik ben blij dat ik dat niet voorheb. Dat is dubbel zo erg.
Eerst dacht ik dat ik een hartaanval kreeg. Op zich was ik bereid te sterven, daar niet van, maar ik dacht de ganse tijd: hoe belachelijk is dit, een hartaanval op dertig jaar. Ze gaan zeker een autopsie doen, want dat is toch niet normaal, een hartaanval op dertig jaar. En als ze een autopsie doen, wat gaan ze dan niet allemaal vinden in mijn lijf? Al die drank. Al die sigaretten. Al die pizza’s. Zo erg. Ze gaan toch wel zien dat ik ook al eens gaan joggen ben en af en toe ook boontjes en komkommers eet? Zo erg voor mijn ouders. Zij gaan zich schamen voor mij en nog meer voor mijn dood.
Maar ik bleef dus leven. En ik ontdekte de zak.

Onlangs ging ik met een groep vrouwen en een zak in mijn sacoche op vrijgezellenweekend. Eén van mijn vriendinnen, niet die van de overgeefzak, gaat namelijk trouwen. Om haar geloof in de liefde te vieren, wilde ze graag een stripper. Een van de vrouwen die het vrijgezellenweekend organiseerde surfte op haar werk naar stripperhuren punt be.  Ik denk stiekem. Ze boekte een donkere man, zijn naam was El Grande. Toen hij de kamer binnenkwam, werd duidelijk waarom. Het was inderdaad een vrij grote man. Maar te donker om van Spanje te komen, vond ik. Misschien was hij geadopteerd. We kregen niet eens de kans om dat te vragen. El Grande zette een muziekje op en begon zich uit te kleden. Wat daar onder zijn boxershort zat te spannen, was van een ongezien formaat. Het topje kwam bijna onder de short uit piepen. El Grande deed de boxershort uit en wij hapten allemaal naar adem. Niet verkeerd. De zak van El Grande bungelde voor onze ogen, maar mijn zak bleef in mijn sacoche.

Die mens kan daar ook niet aan doen. Een lijf is een lijf. Je kan het niet kiezen en ook niet commanderen. Anders was dat hele kankergedoe ook al opgelost geweest. Gepardonneerd, vieze vuile celletjes, zouden jullie wel eens willen maken dat jullie wegkomen? En dat de kanker dan samen met je kaka je lichaam verlaat. Hupla, die kanker is ook weer doorgespoeld. Maar ja, zo werkt dat niet. Een lijf doet wat het wil. Als het je ziek wil maken, maakt het je ziek. Als er een gigantisch geslachtsorgaan aanhangt, dan hangt er een gigantisch geslachtsorgaan aan. En als het ineens beslist om vanaf vandaag verkeerd te beginnen ademen, dan begint het vanaf vandaag verkeerd te ademen. Door stress, paniek of angst. Dat zei die dokter tegen mij. Ik zei, dokter, ik zit de hele dag in mijn huis met mijn pyjamabroek aan en ik typ tekstjes. Echt superstresserend is het niet. Blijft over: paniek of angst. Ik zou niet weten door wat of van wat. Als het buitenproportionele geslachtsdeel van een stripper me niet verkeerd doet ademen, wat dan in godsnaam wel?

Misschien kom ik er nooit achter. Misschien begint mijn lijf op een dag vanzelf weer juist te ademen. We zullen het merken. In de tussentijd is er altijd nog de zak.

 

 

Lees ook Meer van deze auteur