Dolores O’Riordan (The Cranberries): “Bekendheid is een gevaarlijk spelletje”

443

“It’s in your heaaaaad”, hoort u zichzelf nog meeschreeuwen op de aanstekelijke tonen van ‘Zombie’. The Cranberries knalden in de jaren negentig door elke zichzelf respecterende luidspreker. En nog steeds, al hebben zangeres Dolores O’Riordan en haar driekoppige aanhang er nu en dan genoeg van, dus neemt het Ierse gezelschap af en toe een pauze.

Maar 2017 is weer helemaal van hen, want met hun nieuwe plaat Something Else trakteren ze hun fans op een remake van hun meest legendarische songs. Zonder veel bazaar, maar wél met een strijkkwartet. Tijdens hun passage in het Cirque Royal in Brussel konden we een praatje slaan met de voltallige band. Over bipolaire stoornissen, laatste adems en lege hotelkamers.

Het is best riskant om een origineel nummer weer onder handen te nemen. Had je geen schrik om het niet beter te maken dan de eerste versie?
DOLORES O’RIORDAN:
 “Als we niet voor de volle 100 procent overtuigd waren van de nieuwe versies zouden we het album niet uitgebracht hebben. Het begon uiteraard wel als een experiment, met vallen en opstaan. Maar om eerlijk te zijn, kwam het album verrassend snel tot stand. Het klopte helemaal, met dat strijkkwartet erbij. We waren meteen verkocht. Het was riskant, maar als je het niet probeert, weet je het nooit. Het is trouwens niets nieuws. Andere bands hebben ook al gelijkaardige experimenten gedaan met strijkkwartetten.”

Voelde het niet vreemd aan om jullie ondertussen legendarische nummers plots helemaal anders te spelen?
NOEL ANTHONY HOGAN: “Ik vond van niet. Het was zelfs heel boeiend omdat we de nummers helemaal uit hebben gekleed en er voorzichtig nieuwe laagjes op hebben gelegd met de strijkers. We hebben de nummers heel basic en puur gehouden. Enkel zang, gitaar, drum, bas en strijkers. En precies omdat we het zo luchtig hebben gehouden, werkt het.”

Dat strijkerskwartet mag dus met jullie de wereld rond touren?
O’RIORDAN:
“Neen, slechts één strijker reist met ons mee. De overige drie muzikanten zijn mensen uit de stad waar we gaan spelen. Dus er zitten steeds drie nieuwe mensen op het podium. Dat maakt het extra leuk.”

Voor altijd weg

Het nieuwe nummer Rupture gaat over depressie. Is het liedje gebaseerd op een moeilijke periode in je leven?
O’RIORDAN: “Ja. Ik heb altijd enorme stemmingswisselingen gehad. Twee jaar geleden stelde de dokter een bipolaire stoornis bij mij vast. Vooral de pieken waren heel storend. Op sommige momenten was ik bijna paranoïde en zat ik enorm ver af van de realiteit. Hypomanie heet dat. Ik neem er al een tijdje medicatie voor en toen ik merkte dat ik alles weer onder controle had, voelde ik dat ik me weer volop kon gaan inzetten voor de band. Rupture vertelt dat verhaal. Je zou er trouwens van schrikken hoeveel mensen lijden aan een bipolaire stoornis. Het komt heel vaak voor.”

Vijf jaar geleden stierf je vader Terence na een lange strijd tegen kanker. Je vertelt erover in het nummer Why? Hoe ben je met dat verlies omgegaan?
O’RIORDAN:
“Ik heb Why? pas anderhalf jaar na mijn vaders dood geschreven. Al die tijd werd ik overmand door verdriet en tranen. Elke morgen stond ik op met een misselijk gevoel in mijn maag. Elke keer realiseer je je dat een van je ouders er niet meer is. Iemand die er altijd voor je geweest is, is plots voor altijd weg. Het heeft lang geduurd vooraleer ik weer op een normale manier kon wakker worden. Op een bepaald moment voelde ik dat ik hem moest laten gaan.”

Heb je zijn laatste momenten meegemaakt?
O’RIORDAN:
“Toen mijn opa stierf, was ik op tour en kon ik zelfs niet op zijn begrafenis aanwezig zijn. Ik heb nooit afscheid van hem kunnen nemen. Dat is een van de nadelen van in een band te zitten. Dat je zo vaak ver weg bent van de mensen waar je van houdt. Mijn vader was jarenlang ziek, en ik zag dat het steeds slechter met hem ging. Ik heb heel vaak naast hem gezeten in het ziekenhuis. Ik had zijn hand vast toen hij zijn laatste adem uitblies. Het heeft me echt deugd gedaan dat ik op dat moment bij hem was.”

Het heeft lang geduurd vooraleer ik weer op een normale manier kon wakker worden. Op een bepaald moment voelde ik dat ik mijn vader moest laten gaan.

Game of fame

Je was slechts achttien jaar toen The Cranberries doorbraken. Heb je nooit spijt gehad dat je het ‘normale’ leven niet gekend hebt?
O’RIORDAN:
“Je mist bepaalde facetten van het leven, zoals je vrienden die naar de universiteit gaan en er zorgeloos van het leven genieten, terwijl onze levens gedomineerd werden door bekendheid. Die roem was er heel plots. Later heb ik die verloren vrijheid proberen te compenseren door een lange pauze in te lassen bij The Cranberries. Ik moest even afstand kunnen nemen van het podium en de game of fame.”

Heeft die bekendheid dan zo’n impact gehad op jou?
O’RIORDAN:
“Bekendheid is een gevaarlijk spelletje. Het doet wat met je brein. Het is belangrijk om met je beide voeten op de grond te blijven staan en niet te veranderen in een Prima donna, of zo. Dat is niet altijd even gemakkelijk. Je krijgt enorm veel aandacht en je staat voortdurend in de spotlights. En al wat je moet doen, is zingen, handtekeningen uitdelen en foto’s laten nemen. Dat is alles. Maar je zet dus nooit het vuil buiten of je doet nooit de was. Als ik thuiskom en ik kan die zaken plots wél doen, voel ik me weer echt een mens.”

Je hebt drie kinderen. Hebben zij jouw muzikale talent overgekregen?
O’RIORDAN:
“Mijn dochter speelt heel wat instrumenten, onder andere contrabas, piano en viool. Maar ik zou mijn kinderen nooit aanraden om hun brood enkel en alleen met muziek te verdienen. Het is een hard en eenzaam leven. Elke dag zit ik in een andere, lege hotelkamer.”

NOEL ANTHONY HOGAN: “Mensen denken al te vaak dat artiesten op elk moment een glamoureus bestaan hebben. Dat ís het ook als we op het podium staan, dat anderhalf uur. En dat geeft je een heerlijk gevoel. Maar er zijn ook minder spannende momenten. We blijven nooit lang op dezelfde plaats en vaak zitten we urenlang op het vliegtuig of slapen we op een bus op weg naar het volgende optreden. En dan kom je voor de zoveelste keer in een lege hotelkamer aan.”

Maar je bent daar dan als band, dus valt die eenzaamheid dan niet mee?
O’RIORDAN:
“Ja, maar we hebben uiteraard aparte slaapkamers. (lacht) Dus daar zit je op je eentje. Ik maak het altijd zo gezellig mogelijk. Ik leg mijn yogamat op de grond, steek een kaars aan, zet meditatiemuziek op en hou mijn telefoon zo ver mogelijk weg van mij. Daar word ik helemaal zen van. En dan hoor je plots iemand aan de deur roepen: ‘We moeten vertrekken!’ Fuck. Op naar het volgende optreden. En daarna weer hetzelfde liedje. Een lege hotelkamer. Zo’n  leven is heel opwindend en er zijn heel wat leuke momenten, maar er is iets abnormaals aan. Iets gek. Althans, dat weet ik nu. Ik ben niet normaal. (lacht)

Ik zou mijn kinderen nooit aanraden om van de muziek alleen te leven. Het is een hard en eenzaam leven. Elke dag zit ik in een andere, lege hotelkamer.

Verloren magie

Het nummer Zombie was een protestlied tegen de bomaanslag van het IRA in Warrington in 1993, waarbij twee kinderen om het leven kwamen. Enkele weken na de release van Zombie sloot het IRA een wapenstilstand af. Als we zien welke verschrikkelijke dingen er tegenwoordig gebeuren, kunnen we best een nieuwe Zombie gebruiken. Wat denken jullie?
O’RIORDAN:
“Dat is uiteraard moeilijk te voorspellen. En we zijn pas de afgelopen maanden nieuwe nummers beginnen schrijven. Je weet nooit op voorhand waarover je gaat schrijven. En soms heb ik trouwens last van writer’s block.”

Je hebt een heel herkenbare stem. Het overslaan van je stem bij hoge noten doe je heel vaak. Wanneer begon je met dat jodel-trekje?
O’RIORDAN:
“Mijn vader deed dat vaak als ik jong was. Ik vond dat leuk, dus deed ik hem na. Maar ik was lang niet de enige zangeres die dat kon. Siouxsie and the Banshees, Björk, Sinéad O’Connor, enzovoort. Ook zij kunnen dat, heel snel veranderen van toonhoogte. Ik vind het ook gewoon leuk om te doen, maar als ik voor een lange tijd niet meer op tour ben, gaat het minder gemakkelijk. Ik gebruik bepaalde spieren in mijn diafragma om zo te zingen, en als je die niet blijft trainen, lukt het niet zo goed. Telkens als ik op tour ben, voel ik het weer terugkomen.”

De band heeft enkele breaks gehad. Gaan jullie nu weer voor een lange tijd samenwerken?
MICHAEL HOGAN:
“Neen, we komen en gaan. De eerste dertien jaren van The Cranberries waren onvergetelijk en uniek, maar rond 2003 kwamen we aan een punt dat het gewoon te veel werd, dat het je kapot kon maken. Dus namen we een pauze. En we zijn van plan om het de komende jaren op die manier te blijven doen. Een aantal jaren keihard werken, even pauzeren, en opnieuw keihard werken. Dat maakt het spannender, want als je voortdurend hetzelfde blijft doen, gaat de magie verloren. En dat geldt ook voor de fans. Je kan niet tien keer op dezelfde plaats spelen, zeker als het laatste optreden nog niet lang geleden is. Dan is het veel leuker als we enkele jaren later naar dezelfde plek komen met een compleet nieuwe sound en nieuwe liedjes.”

Zijn jullie al aan een nieuw album bezig?
O’RIORDAN:
“We denken erover na, ja. Noel heeft me al enkele nieuwe ideetjes gestuurd. Als alles goed gaat tijdens onze tour en de passie en de goesting er nog steeds is, dan gaan we zeker nieuw materiaal schrijven.”