Ella-June Henrard: “Boeren- en schetenpraat, met een Duveltje in de hand, dat is helemaal mijn ding”

18

Een vrouw naar ons hart, die Ella-June. ‘Hènraar’, voor alle duidelijkheid. Een hoofdrol in Bo op haar vijftiende, na heel wat knappe rollen nog steeds met de beide voetjes op de grond, en een lolpantalon – en flapuit – eersteklas. Momenteel schittert de 24-jarige Antwerpse in ‘It’s Showtime’, een zoveelste vreemde hersenkronkel van Bart De Pauw die voorlopig enkel op Telenet te bekijken is.

Daarin speelt ze de naïeve Rebecca die tegen alle rationele logica in gelooft in een succesvolle showbizzcarrière van haar stiefbroer Kenny. Die opnames overlapten met Generatie B, nóg zo’n absurde comedyreeks (waarin ze de heren rond haar vingers draait). Een timeless beauty, zeg maar. En dat is nu nét wat ze niet wil zijn. Maar als zelfs een cultfiguur zoals Brian De Palma haar al vraagt, dan kan ze gewoon niet anders.

Hoor ik dat goed, Brian De Palma? Dé man achter Mission: Impossible, Scarface en The Untouchables? Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?
HENRARD:
“Hij had een actrice nodig voor een bepaalde scène in zijn nieuwste film Domino, maar hij vond het ideale meisje niet. Plots kreeg ik enkele weken geleden telefoon: ‘Ella-June, we zoeken een actrice en jij bent de geknipte persoon. Het is voor een film van Brian De Palma’. In eerste instantie moest ik het voorstel afwijzen omdat ik het te druk had, maar omdat ze aandrongen, ben ik er toch op ingegaan. Ik slikte toch wel even. Ik ging met dé Brian De Palma filmen. Ik kreeg al stress als ik eraan dacht. (lacht) Maar het was slechts een klein rolletje, hoor. Twee draainachten hebben we erover gedaan.”

Heeft hij je dan ook echt geregisseerd? Of deed zijn assistent dat?
HENRARD:
“Ik had het ook niet verwacht, maar het was wel degelijk De Palma himself die mij aanwijzingen gaf op de set. Na enkele bloederige shots moest ik even bijgeschminkt worden. Plots kwam iemand van de productie naar mij toe. ‘Wil je even meekomen naar Brians tent?’, vroeg ze. Ik dacht: ‘Oh nee, hij vindt mij kei slecht’. Ik was ook best wel zenuwachtig. En lekker ongemakkelijk, zo uitgedost in een gigantische jurk met een sleep. Dus ik met een klein hartje naar zijn tent. ‘Hi Brian!’, piepte ik eruit. ‘Come in, darling. I just want to tell you that you’re doing a very good job. Thank you’, zei hij. Toen ik zijn tent weer buitenkwam, dacht ik bij mezelf: ‘Oké, kleine egostreling, yes!’ (lacht) Dat was echt wel even heel fijn.”

Maakt het je dat niet extra lastig, zo opkijken naar iemand en bijgevolg een stuk zenuwachtiger zijn
HENRARD:
“Absoluut. En ik weet van mezelf dat zenuwen bij mij heel veel kunnen belemmeren. Ik ben van nature een vrij easy going type, maar op zo’n momenten neemt de stress het toch voor een stuk over. ‘Ella op de set gevraagd’, hoor je dan. En dan legt hij dit en dat uit. ‘Oh, fuck, wat heeft hij nu weer gezegd?’, begin ik dan te stressen. Maar goed, het was een actiescène, dus er mocht heel veel adrenaline door mijn lijf stromen. Daardoor viel de stress niet zo hard op. Maar het was wel echt een spannende ervaring.”

Ik ga niet snel depressief op het Zuid zitten met een kop koffie en hopen
dat een regisseur voorbijkomt en vraagt: ‘Ella, wilt ge in mijn film spelen?’

Op zoek naar de perfecte match

Brian De Palma, oké, dat wordt moeilijk om te overtreffen. Maar ook Bart De Pauw is niet de eerste de beste televisiemaker. Wat een scenario’s heeft die man al geschreven. Je hebt toch geen seconde getwijfeld toen hij je voor It’s Showtime vroeg?
HENRARD:
“Dat Bart en Pietje (Horsten; red.) er mee achter zaten, was voor mij een extra reden om aan deze reeks mee te werken. Zijn dialogen en scripts zijn zo goed. De laatste tijd vind ik het soms jammer dat er vaak bespaard wordt op goede scripts. Voor mij is een deftig scenario het begin van alles. Als dat niet goed zit, moet je er niet aan beginnen. Bart kan dat waanzinnig goed. Er is over nagedacht, je merkt dat er veel tijd in werd gestoken. De personages zijn enorm gedetailleerd uitgeschreven en hij weet volledig wat hij wil.”

Was jij voor hem meteen de perfecte Rebecca?
HENRARD:
“Ik weet niet waarom ze voor mij gekozen hebben, maar ik voelde bij de audities wel dat het meteen goed zat. Er was direct een klik. Uit mijn ervaring heb ik geleerd dat regisseurs dat meestal voelen vanaf het moment dat je de auditieruimte binnenwandelt. Hij weet dán al of het een eventuele ja is of een nee. Of hij het personage in jou ziet of niet. Maar het heeft ook veel te maken met de andere spelers. De cast moet bij elkaar passen. Het was bijvoorbeeld belangrijk dat er tussen Bruno (Kevin Bellemans; red.) en mij chemistry was, dat je voelt dat die twee iets samen kunnen gaan spelen. Anders mag je het personage nog zo goed spelen, als die twee niet matchen met elkaar, is het een no go.”

“Voor beginnende acteurs kan zo’n keuze op basis van het personage demotiverend overkomen. Ik heb in Nederland gestudeerd. Daar heb je de grote Kemna-casting. Die mensen vertelden me eens dat acteurs zich daar niet moeten komen bewijzen dat ze kunnen acteren, maar dat ze moeten laten zien dat ze het personage kunnen spelen. Of dat de filmmakers het personage in hen zien. Een eventuele fout die acteurs soms maken in het begin. Dat ze liggen te stressen over de teksten, enzovoort. Nee, je moet op zoek gaan naar hoe het personage in elkaar zit en hoe je dat gaat aanpakken. Zo doe ik het toch. Misschien zit ik er zelf helemaal naast natuurlijk.” (lacht)

Plots was ik de Brigitte Bardot van Vlaanderen. Komaan, ik was zestien,
en ze noemden mij  naar een sekssymbool uit de jaren 60.

Bronstig paard

Alle personages hebben een vreemde kronkel, soms tot het absurde af. Heb je zelf toch nog wat kunnen knutselen aan Rebecca of lagen haar karakter en look vast?
HENRARD:
“We hebben veel vrijheid gekregen. Drie weken lang hebben we met z’n allen gezocht naar de geknipte trekjes voor de personages. Aan het einde van die drie weken moest iedereen perfect weten hoe zijn personage in elke situatie zou reageren. Hoe Rebecca bijvoorbeeld zou reageren mocht er een brand uitslaan, of een auto het gebouw binnenrijden. En uiteindelijk lukte ons dat. Voor mij was dat voor een stuk toch een nieuwe wereld, zo’n comedyreeks. En dat liep dan ook nog eens samen met die andere absurde serie Generatie B.”

“Het is belangrijk om bij comedy toch nog geloofwaardig over te komen, hoe moeilijk dat soms is. Daar gaat heel wat voorbereidingswerk aan vooraf. Ook qua look. Ik vind het bijvoorbeeld leuk om te weten wat voor kleding mijn personage draagt. Is het iemand die in de C&A gaat shoppen, of opteert ze eerder voor tweedehandskleding. Of hoe draagt ze haar haar? Epileert ze haar wenkbrouwen? Ik kijk dan vaak rond in mijn vrienden- en kennissenkring. Of ik observeer mensen die eventueel kunnen lijken op mijn personage. Hoe ze zich gedragen, hoe ze praten, enzovoort. Dat zet ik dan over op mijn personage.”

Wat vond je zelf de meest absurde scène om te spelen?
HENRARD:
“Het moment waarop Bruno een plateau vol hamburgers naar mijn bed brengt. Hij komt binnen, doet een hap en even later moet hij mij als een bronstig paard bespringen. Dat was de eerste scène van de draaidag. Terwijl hij mij kuste, vlogen de stukken hamburger in het rond. Ik had de hele tijd de slappe lach. En Kevin ook. Elke keer opnieuw. Ik hoorde het geklop op de deur, vervolgens zag ik zijn gezicht en schoot ik in de lach. Dan heb je echt iemand nodig die streng is en zegt: ‘nu is het genoeg, komaan, even serieus’. Dus keek ik naar het voorhoofd van Kevin, in plaats van in zijn ogen. Dat hielp gelukkig.” (lacht)

Ik ben soms zo kritisch dat ik mezelf liever niet bezig zie.
Ik krijg daar ongemakkelijke zweetaanvallen van.

Zweetaanvallen

Minder geestig was je rol in Bo, waarin je een 15-jarig hoertje speelt. Je had toen zelf ook die leeftijd. Waren sommige scènes niet lastig om te spelen?
HENRARD:
“Als ik die beelden terugzie, denk ik ook: ‘amai, man, dat ziet er heftig uit’. Maar dat is de toverkunst van film. De zwaarste scènes werden gespeeld door een body double. Ik heb niets moeten doen wat ik niet wilde of waar ik mij ongemakkelijk bij voelde. Dat werd op voorhand ook allemaal afgesproken met mijn ouders. Het allerheftigste dat ik heb moeten doen, was één van mijn ‘klanten’ op de mond kussen, waarna we op bed vielen. Hij was ongeveer veertig jaar oud, maar ook een ervaren acteur, dus hij wist hoe hij dat moest aanpakken. En er kwam geen tong bij kijken. Het was gewoon met de lippen op elkaar.”

“Bij sommige scènes waarbij er geen body double gebruikt werd, vonden we steeds een manier om het er zo heftig en realistisch mogelijk uit te laten zien, maar in wezen waren die opnames juist grappig om te doen. Bijvoorbeeld die scène waarbij een veel oudere ‘klant’ op mij ligt en het zweet van zijn gezicht op het mijne drupt. Die scène werd gefilmd met een jongere figurant. Terwijl hij op mij lag, trokken mensen van de productie aan mijn armen en benen om de bewegingen na te bootsen. Ik moest dan half scheelogend in de camera kijken en er werd ondertussen water op zijn gezicht gegoten, wat het zweet moest voorstellen. Wij schoten gewoon voortdurend in de lach toen. Dat was best grappig om te doen.”

Wat vind je nu, zeven jaar later, van je acteerprestatie toen?
HENRARD:
“Op het ene moment lig in een deuk. Dan denk ik: ‘Ella, wat staat gij daar nu eigenlijk te doen?’ (lacht) Zoals die scène waarin ik heel hard tekeer ga tegen mijn moeder. Dan zie je dat ik heel veel moeite doe om boos te zijn en dus heel hard ga roepen om dat te proberen bereiken. Maar met momenten komt het dan weer net heel naturel over, omdat ik toen nog niet zo veel technieken had geleerd als nu. Ik was toen nog heel erg zoekende. Als ik verdrietig moest spelen, probeerde ik bij de tiende take dat verdriet nog steeds uit mijn lijf te persen. Nu zou ik dat ook nog doen, maar dan zou ik meer terugvallen op mijn techniek. Ik zou dat personage nog kunnen spelen, maar ik zou het helemaal anders aanpakken. Of dat beter zou zijn, weet ik niet. Kijk, het blijft ook moeilijk om jezelf op beeld te zien. Ik ben soms zo kritisch dat ik mezelf liever niet bezig zie. Ik krijg daar ongemakkelijke zweetaanvallen van. (lacht) Ik weet dat je naar jezelf moet kijken om eruit te leren, maar ik vind dat echt verschrikkelijk.”

Ik weet niet of ik voor altijd hier zou willen blijven. Ik wil altijd
meer en meer van de wereld zien.

Sekssymbool

Hoe dan ook heeft Bo je acteercarrière gelanceerd, toch?
HENRARD:
“Ja, en ik ben blij dat ik erin meegespeeld heb, maar het is ook een lastige periode voor mij geweest. Toen die film uitkwam, was ik zestien. Ik verwachtte wel dat hier en daar iemand mij zou herkennen, maar dat heeft echt wel veel grotere proporties aangenomen dan ik aanvankelijk had gedacht. En in de media wordt er ook ineens een beeld van je gevormd. Plots was ik de Brigitte Bardot van Vlaanderen. Komaan, ik was zestien, en ze noemden mij naar het sekssymbool van de jaren 60. Dat wilde ik helemaal niet. Ik wilde eerst mijn school afmaken voor ik de acteerwereld in zou stappen. Ik heb toen heel wat fijne opdrachten helaas moeten afwijzen om me op mijn school te focussen en om me te ontwikkelen als actrice. Daarom heb ik een opleiding gevolgd in Maastricht. Daar heb ik ongelooflijk veel bijgeleerd. Vroeger kon ik bij wijze van spreken een viertal personages aanbieden. Nu voel ik dat ik veel breder kan gaan dan dat. Vraag mij morgen om een mentaal gehandicapt meisje te spelen, en ik kan dat.”

Je bent kritisch voor jezelf, maar zijn je ouders, bijvoorbeeld, dat ook over jou?
HENRARD:
“Vooral mijn papa is best kritisch. Mijn ouders gaan vaak naar het theater en kijken veel films. Uiteraard vind ik het ook interessant om te weten wat zij van mijn acteerprestaties vinden. Mijn vader is al vaak komen kijken naar theaterstukken waarin ik speel. Elke keer zei hij: ‘Ella, je bent echt aan het groeien, maar ik voel het nog niet’. Vorig jaar was de eerste keer dat ik echt bij hem doordrong: ‘Amai, Ella, eindelijk heb je mij echt geraakt. Eindelijk heb je echt iets bereikt bij jezelf en bij het publiek’, verraste hij me. Dat deed enorm veel deugd om te horen. Weet je, ik heb geen ouders die me voortdurend ophemelen. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik met mijn beide voeten op de grond ben gebleven. ‘Ella, doe maar gewoon, je bent niet specialer dan de rest. Je bent goed, maar hou het maar gewoon, dat maakt je veel charmanter’, klonk het altijd. Daar ben ik heel blij mee.”

Eeuwige schoonheid

Je was lange tijd de muze van fotograaf Mark Lagrange, die anderhalf jaar geleden overleed. Had je een goede band met hem?
HENRARD:
“Ik was heel close met Mark. Hij woonde achter mijn hoek en ik kwam ook goed overeen met zijn kinderen en zijn vrouw. Onze samenwerking was van in het begin heel duidelijk: ik ben geen model en ik wil er geen zijn. Niet dat ik neerkijk op modellen, maar ik heb er de maten niet voor en ik wil daar niet mee bezig zijn. We combineerden elkaars krachten. Hij zijn fotografische oog, ik het spelen met emoties. Dat was altijd heel fijn en er kwamen nooit commerciële doeleinden aan te pas. De ene keer trokken we samen met zijn gezin naar zee, de andere keer maakten we foto’s in Italië.”

“Zijn dood was echt een klap in mijn gezicht. Ik was de week ervoor nog op zijn tentoonstelling, waar vijf foto’s van mij hingen. Hij was daar toen ook, en hij was zo blij om me daar te zien. ‘Ik heb een heerlijke fles wijn voor jou, een Château Haut-Lagrange’, glimlachte hij. ‘Drink ze maar leeg op een speciaal moment’, herinner ik me hem nog zeggen. Een paar dagen later was het Kerstmis en besloot ik zijn fles te openen. De dag erna kreeg ik telefoon en hoorde ik het verschrikkelijke nieuws. Het gekke was dat het tijdstip van overlijden precies op het moment was dat we die fles wijn hadden opengemaakt. Die fles staat trouwens nog steeds bij mij thuis. Met een kaars erin.”

Kan je ondertussen fulltime leven van het acteren?
HENRARD:
“Ik kan ervan leven, maar het is wel met ups en downs. En af en toe doe ik er eens een schnabbel tussen zoals een fotoshoot, of spreek ik een spotje in. Maar de televisie- en theaterwereld is best onzeker en daar ben ik me van bewust. Ik heb nu het geluk dat ik niet mag klagen, maar als het VAF (het Vlaams Audiovisueel Fonds; red.) straks de kraan dichtdraait, dan stopt het ook. En de ene periode heb je meer werk dan de andere, dat weet je op voorhand. Ik heb geleerd om zo autonoom mogelijk door het leven te gaan. Zit ik een tijdje zonder werk, dan zoek ik meteen naar nieuwe uitdagingen, zoals een theaterstuk schrijven, of zo.”

“Ik ben een bezige bij en ik kan niet stilzitten. Ik heb van alles op de plank liggen. Ik ga niet snel depressief op het Zuid zitten met een kop koffie en hopen dat een regisseur voorbijkomt en vraagt: ‘Ella, wilt ge in mijn film spelen?’ Dat is wishful thinking. En ik zit in de luxepositie dat ik nog geen kinderen moet onderhouden, dus ik kan heel selectief zijn in de mensen waar ik mee wil werken en de scenario’s die ik leuk vind. Ik hoef nog niet meteen iets te doen voor het geld omdat ik niet veel geld nodig heb.”

Ik ben blij als vrouw, maar ik heb gewoon veel mannenvrienden en ik ben vaak one of the guys. Heerlijk toch.

Boeren- en schetenpraat

Met welke rol ben je als Ella-June Henrard het meest te vergelijken?
HENRARD:
“Met mijn rol als Sea in Portable Life. Die film gaat over een meisje dat van de ene dag op de andere voelt dat ze op wereldreis moet vertrekken en zichzelf vervolgens tegenkomt en wie ze was in haar vorige leven. Ze is enorm nieuwsgierig naar alles en wil heel veel van de wereld zien. Dat heb ik ook. Ik reis heel vaak en ben super nieuwsgierig. Ik weet niet of ik voor altijd hier zou willen blijven. Ik wil altijd meer en meer van de wereld zien. Als ik even tijd te veel heb, ga ik meteen op zoek naar een goedkope vlucht en de volgende morgen ben ik weg. Het liefst met mijn rugzak. Ik hou van avontuur, net als dat meisje in Portable Life.”

Je bent kritisch, nieuwsgierig en avontuurlijk ingesteld. Wat moeten we nog weten van Ella-June?
HENRARD:
“Ik ben soms best mannelijk. (lacht) Nee, echt. Ik heb iets mannelijks in mij. Mensen zeggen dat vaak tegen mij: ‘gij zou echt ne goeie vent zijn’. (lacht) Ik zie er niet mannelijk uit, en ik kleed me meestal ook niet zo, maar ik hang echt wel graag op café met de mannen. Lekker vunzige mannenklap, van die boeren- en schetenpraat, met een Duveltje in de hand, dat is helemaal mijn ding. (lacht) Zo hard dat mensen me daar zelfs op aanspreken: ‘zeg, wees eens wat vrouwelijk’, krijg ik dan te horen. Ik ben blij als vrouw, maar ik heb gewoon veel mannenvrienden en ik ben vaak one of the guys. Heerlijk toch.”

FOTOGRAFIE: Koen De Nef