Poltergeist Mackenzie: het spook met de meeste PV’s ter wereld

‘s Werelds grootste mysteries

1.533

De sadistische George Mackenzie overleed in 1691, maar zijn geest slaat nog steeds geregeld iemand op de muil. Of grijpt, wanneer-ie in een geile bui is, een of andere vrouwelijke toerist bij de borsten.

Edinburgh is al sinds 1437 de hoofdstad van Schotland. Toen al werd ze in de volksmond ‘Auld Reekie’ genoemd. Het zat er vol criminelen, lichtekooien, dronkaards en ander tuig. Er werd geplunderd, overvallen, verkracht en gemoord. Alsof dat nog niet genoeg was, was het plaatsje vergeven van de pest. Kortom: dé place to be voor wie naar huis wilde keren met een middeleeuwse valies vol straffe verhalen. Als die ooit nog thuis kwam, tenminste.

Met het verkeerde been uit het graf

Wie er zelf niks meemaakte, had het wel van horen zeggen. Want als er een ding was waar de oude bewoners van Edinburgh goed in waren, dan was het wel het vertellen van verhalen. Het gros van die verhalen ging over heksen en tovenaars. En boze en héél boze geesten.

Uiteraard leven er in de Schotse hoofdstad vandaag nog tal van die spookverhalen. De meeste eeuwen geleden verzonnen door fantasierijke Schotten en vandaag gewoon verder verteld. In het geval van George Mackenzie is dat net andersom. De advocaat van de koning stierf sereen in 1691, maar zijn geest stapte in 1998 met het verkeerde been weer uit het graf…

Afvalligen moeten dood

Charles II, koning van Engeland, Schotland en Ierland, wil in de zeventiende eeuw een nauwere band tussen de drie landen. Volgens zijne Koninklijke Hoogheid kan dat alleen wanneer iedereen op dezelfde wijze god aanbidt. Maar die dekselse Schotten vormen een probleem. Ze hebben lak aan de Anglicaanse kerk. En Charles II, die kan de hoogste boom in.

De protestantse Schotten richten een verbond op – de covenanters – om zichzelf keihard te verzetten tegen de “verwaande Engelse koning” en zijn kerk. Daar komt natuurlijk oorlog van. Zo’n achttienduizend Schotten worden een kopje kleiner gemaakt. Ongeveer twaalfhonderd covenanters worden gevangengenomen.

Sir George Makcenzie, advocaat aan het hof van de koning, krijgt de bevoegdheid over die gevangenen. Het bevel van de koning is duidelijk: ze moeten zichzelf tot de Anglicaanse kerk bekeren, of ze sterven een uiterst onaangename dood.

“De klopgeest van George Mackenzie is het spook met de meeste PV’s ter wereld op zijn naam”

 

Kogel door de kop

Sir George Mackenzie

Mackenzie neemt die taak heel erg serieus. Hij laat de gevangenen onderbrengen in Greyfriars Kirkyard, een kerkhof in het centrum van Edinburgh. Het is oktober. Het is winderig, nat en koud. De gevangenen moeten hun bovenkledij uittrekken en op de grond gaan liggen. Dagelijks krijgen ze slechts een paar sneden brood en water.

Op iedere hoek van het kerkhof staat een scherpschutter. De gevangene die het waagt recht te staan, krijgt een kogel door het hoofd. Tijdens de vijf lange maanden dat de covenanters er vastgehouden worden, zijn er heel wat die opzettelijk een kogel koppen.

Toch zijn ze niet helemaal onmenselijk daar aan de Kirkyard. Elke avond, tijdens het wisselen van de wacht, gaan de poorten van Greyfriars een tiental minuten open. Gevangenen mogen tijdens dat moment vrij naar buiten lopen, op voorwaarde dat ze zichzelf eerst even tot de Anglicaanse kerk bekeren. Geen enkele van de twaalfhonderd covenanters zal tijdens de 150 lange dagen van de gunst gebruikmaken…

Mackenzie vilt, spietst en vierendeelt

Velen sterven van ontbering, anderen vriezen hartstikke dood. Na vijf maanden wandelen welgeteld 98 covenanters de poort weer buiten. George Mackenzie stelt hen voor de keuze: onmiddellijk bekeren of sterven. Koppigaards als ze zijn, worden ze één voor één omgebracht.

Om er wat variatie in te brengen, worden sommigen gespietst. Anderen laat Mackenzie levend villen of vierendelen. Zolang het maar geen al te propere dood is.

Het duurt bijgevolg niet erg lang of Sir George Mackenzie gaat de geschiedenis in als ‘Bloody Mackenzie’. Als postume dikke middelvinger naar zijn twaalfhonderd slachtoffers, wordt Mackenzie na zijn dood nog eens opgebaard in hetzelfde kerkhof ook. Wel in een praaltombe, The Black Mausoleum. Eeuwenlang valt er een doodse stilte over het kerkhof.

Zatte zwerver

Op een even koude als natte Schotse winternacht in het jaar 1998 strompelt een straalbezopen zwerver voorbij Greyfriars. “Misschien kan ik daar wel ergens een droge stek vinden”, denkt de man en hij wandelt de beruchte poort binnen. Voor de graftombe van George Mackenzie houdt hij halt. “Dat ziet er knus uit.” De zwerver slaat het hangslot stuk met een steen.

Binnen struikelt de zwerver over zijn zatte benen. Hij zakt door de vermolmde plankenvloer en valt in het massagraf er net onder. Daar ligt hij dan, tussen honderden skeletten. “Zombies! Ze vallen me aan!” De zwerver klautert weer overeind en zet het op een lopen met nog een stuk van iemands schedel op zijn hoofd. Buiten de poort van het kerkhof botst hij op een late wandelaar. Die denkt op zijn beurt te maken te hebben met een razende zombie en kiest resoluut het hazenpad.

Onverklaarbare beten, meppen en krabben

Hilariteit alom, denkt u. Maar de geest van George ‘Bloody’ Mackenzie is door al dat tumult wel terug ontwaakt. En met het verkeerde been weer uit zijn graf gestapt. Of tenminste, daar lijkt het toch op.

Greyfriars Kirkyard is in de jaren negentig een bezienswaardigheid die duizenden bezoekers per jaar lokt. Geschiedkundig is het een erg belangrijke stek voor de Schotten. Maar sinds het voorval met de zwerver zijn er heel wat toeristen die nare dingen ervaren wanneer ze zich in de nabijheid van George’s tombe begeven.

Sommigen krijgen plotse, onverklaarbare paniekaanvallen. Anderen voelen hoe ze aangeraakt worden door iets wat een onzichtbare hand zou kunnen zijn. Soms zijn die aanrakingen zelfs hard, met een blauwe plek, opengekrabde huid of zelfs duidelijke bijtafdrukken tot gevolg.

Op enkele weken tijd krijgt de politie van Edinburgh meer dan duizend klachten binnen van mensen die op onverklaarbare wijze letsels opgelopen hebben in het kerkhof. De klopgeest van George Mackenzie wordt al snel het spook met de meeste PV’s ter wereld op zijn naam.

“Dit is de wraak van Mackenzie. Hoe kan een kerngezonde veertiger anders sterven aan een hartaanval?”

 

Daar is de exorcist!

De burgemeester van Edinburgh gelooft niet in klop- of andere geesten. “Als we een exorcist optrommelen en een bericht de wereld insturen dat die het spook naar de overkant geholpen heeft, dan zal het ook wel gedaan zijn met de zogezegde verschijnselen”, denkt hij. Zo gezegd, zo gedaan: de burgemeester haalt pastoor Collin Grant erbij. Susan Burell, journaliste bij de krant The Scotchman, mag hem vergezellen en verslag uitbrengen van het ritueel.

Op een mooie lenteavond wandelt Collin over het kerkhof. In de ene hand draagt hij een houten kruis, in de andere een bijbel. Susan slaat van op een afstand gade hoe hij iedere paar meter stopt, een kruisteken maakt en weer verder gaat. “Wat voor een belachelijk schouwspel is dit eigenlijk”, denkt ze. Tot ze plots voelt hoe een ijskoude hand haar bij het been grijpt. Net wanneer ze zich afvraagt of ze zich dat heeft ingebeeld, ziet ze de priester verstarren. “We moeten hier weg”, stamelt hij. “Dit is té gevaarlijk.”

… of toch niet

Twee dagen later vinden ze het levenloze lichaam van de priester. Officiële doodsoorzaak: een hartinfarct. Dit is de wraak van Mackenzie, klinkt het. Want hoe kan een kerngezonde veertiger nu sterven aan een hartaanval?

De burgemeester van Edinburgh vindt het welletjes. Hij geeft de opdracht een dik hangslot op de poort van Grayfriars te hangen. Niemand die er nog in komt, dan zal het gezever over die poltergeist wel snel gedaan zijn. Alleen: hardnekkige, masochistische toeristen laten zich niet tegenhouden door zo’n slot. Maar dan heeft de burgervader nog een beter plan. Ze mogen wél binnen; tegen betaling en onder leiding van een gids.

“Elke week zijn er toeristen die plots een slag voelen. Of zonder reden een plotse paniekaanval krijgen”

 

Bij de borsten gegrepen

Maar dan nog laat de geest van George Mackenzie zich niet afschrikken. Geregeld worden er toeristen gemept, gebeten of geslagen. Of er geraakt eentje zo in paniek dat hij het in de broek doet. Dat weten we van gids Eireen.

“Zelf heb ik nooit iets ‘gevoeld’ van zijn aanwezigheid, maar ik ben wel overtuigd dat zijn geest nog steeds rondspookt. Elke week zijn er toeristen die plots een slag voelen. Of zonder reden een plotse paniekaanval krijgen. Er zijn er die opeens beginnen over te geven, of van schrik in hun broek plassen. Dat kan natuurlijk allemaal ingebeeld zijn, maar hoe verklaar je dan die blauwe plekken achteraf? Of schaafwonden, of zelfs duidelijke afdrukken van tanden?”

Diepe decolleté

“Het meest bizarre dat ik meegemaakt heb? Dat was met een groepje Duitse jongedames die er nogal lacherig over deden. Ze geloofden totaal niet in geesten en deden de toer als grap. Tot een van hen het plots uitgilde; iets had haar in de borsten geknepen. Geen verrassing ook. Ze droeg een decolleté die zo diep was dat haar navelbuik bijna zichtbaar was. En dan volgde een tweede gil. ‘Iets’ had haar een flinke mep verkocht. Met een bloedneus liep ze gillend naar buiten. Ik heb toen mijn bezoekje maar afgerond, want het werd me iets te heftig.”

U kunt de graftombe van Bloody Mackenzie nog steeds bezoeken. U moet dan wel tegen een stootje (of stoot) kunnen.

Lees ook Meer van deze auteur