The Troggs: “Wij kunnen nog steeds meisjes van achttien krijgen”

351

De kerels van de monsterhit ‘Wild Thing’ zijn de zestig zomers ver voorbij. Toch zijn ze de wilde haren nog niet kwijt. Om maar te zwijgen van dat sexappeal. “Een groep Australische meisjes wilde dolgraag stoute dingen met ons doen.”

Op 27 augustus spelen The Troggs op Yesterdayland, het golden oldies-festival in pretpark Bobbejaanland. Wij spraken de Engelse grijsaards (geboortejaar 1944, 1950, nog eens 1950 en 1952!) onlangs op de luchthaven van Zaventem.

Wild Thing: een van hun grootste hits

Afspreken met de heren was geen sinecure. Tussen de landing in Zaventem en het tijdstip waarop The Troggs richting Oostende moesten vertrekken voor een optreden, zat een halfuur. Maar nu landt dat vliegtuig toch wel dertig minuten te laat, zeker? Enfin, een interview op de parking dan maar. En dat begon meteen over de net afgelopen vlucht.

“Enkele meters naast ons zat een kind te wenen”, steekt drummer Dave Maggs van wal. “Niet stilletjes huilen, hé, maar keihard schreeuwen. Konden ze die kleine geen sok in de mond steken of zo?” Bassist Peter Lucas had er minder last van. “The Troggs spelen nu al zo lang en zo luid dat ik er doof van geworden ben. Dus ik heb de kleine niet gehoord.”

Toch kunnen we ons inbeelden dat dit niet de lastigste vlucht uit jullie bijzonder lange carrière geweest is.
The Troggs: “In Zuid-Afrika vlogen we een keer met een Boeing 737 van Johannesburg naar Sun City. Wij waren de enigen aan boord en onderweg passeerden we een vulkaan. De piloot wilde die zo goed mogelijk laten zien en hij liet het vliegtuig helemaal overhellen. We dachten dat we zouden neerstorten, in de vulkaan, en dat niemand ooit nog een spoor van ons zou vinden.”

In hoeverre hebben jullie als rockopa’s nog last van groupie’s?
The Troggs: “Nog steeds, met hopen. Maar we doen er niks meer mee, daar zijn we te oud voor. Laatst nog in Australië. Een groepje achttienjarige meiden wilde met ons dolgraag stoute dingen doen. Maar we zijn er niet op ingegaan, we hebben hen zelfs niet een heel klein beetje aangeraakt. Vroeger zou het wel anders geweest zijn! Ach, er zijn zo veel leuke en intieme momenten geweest met groupies. Maar details kunnen we niet vertellen. Dat is te persoonlijk.” (hilariteit)

Op 27 augustus spelen jullie op Yesterdayland in Bobbejaanland, toch wel een speciale plaats om op te treden. Zijn er nog meer bizarre plekken waar jullie ooit gespeeld hebben?

The Troggs: “Bobbejaanland is een pretpark in westernstijl. Maar wij hebben ooit eens in een dorp gespeeld dat écht het Wilde Westen was. Zelfs de bezoekers droegen cowboykleren. Maar dat is al zo lang geleden dat we niet meer weten waar dat was of hoe dat dorp heette. Het kan België geweest zijn.”

“Er zijn wel meer knotsgekke plaatsen waar we ooit opgetreden hebben. Een piepklein eilandje ergens in de Grote Oceaan waar je alleen met bootjes kon geraken, bijvoorbeeld. Of op het meest noordelijke punt van Noorwegen, dat was ook wel de moeite.”

Bereiden jullie je anders voor op een optreden nu jullie een dagje ouder worden?
The Troggs: “Voorbereiden? No way! Het gaat er na een optreden wel anders aan toe. Vroeger gingen we na een show pinten drinken tot het weer licht werd. Nu gaan we nog wel op de lappen, maar slapen we ook graag. En zoals je ziet roken we nog steeds veel te veel.” (hilariteit)

Zijn jullie de laatste jaren niet stijf en stram na een show?
The Troggs: “Fysieke ongemakken na een optreden? Wil jij insinueren dat we oudjes zijn? (lacht). Nee dus! Of ja: ons gehoor laat het afweten! Als we ‘s avonds na een show gaan pintelieren, is ‘Wat zei je?’ veruit de meest gebruikte zin in onze gesprekken.”

The Troggs treden op sinds de jaren 60. Hoe lang gaan jullie nog door?
The Troggs: “Tegenwoordig plannen we niks meer te ver op voorhand. We bekijken het eerder maand per maand. Misschien gaan we nog een half jaar verder, misschien nog een jaar, misschien nog vijf jaar. En wie weet bestaan we binnen tien jaar ook nog. Zo lang we gezond blijven en we alles met onze volle goesting doen, blijven we doorgaan. Maar hoe lang dat nog is, weet niemand. Zelfs wij niet!”

Lees ook Meer van deze auteur