Hoe de specerijenhandel hele volkeren uitroeide

277

Het kruidenrek van Jeroen Meus steekt veel Vlamingen de ogen uit. Je gerechten perfect kruiden is dan ook een kunst en als je het goed doet, opent het een hele nieuwe wereld voor je smaakpapillen. En het is net de zoektocht naar die wereld van smaken, die de mensen elkaar vroeger letterlijk de ogen deed uitsteken.

Op vragen als ‘waar haalt Jeroen Meus zijn beste kruiden vandaan’ tot ‘hoe is het kruidenrek van Jeroen in Dagelijkse Kost gerangschikt’, kan je op het internet de antwoorden terugvinden. Met wat peper en wat zout schiet je in de keuken tegenwoordig al snel tekort. Kruiden en specerijen geven een hele nieuwe dimensie aan je gerecht en als je het goed doet, benaderen je plats al snel het niveau van die van een sterrenchef.

Hoewel de meeste kruiden en specerijen vandaag de dag erg goedkoop in potjes verkrijgbaar zijn (maar Meus zweert bij zijn eigen kruidentuintje), werden er vroeger wereldrijken mee gevormd en oorlogen om gevoerd. Op een bepaald punt niet zo heel ver terug in de geschiedenis waren de gewassen zelfs waardevoller dan goud.

Kruiden en specerijen zijn eigenlijk chemische gifstoffen die planten produceren als afweermechanisme. Hoewel de smaak ervan sommige dieren en insecten misschien afschrikt, heeft het op de mens net het omgekeerde effect. Het ‘gif’ van deze planten smaakt voor ons net… interessant. Desondanks werden kruiden historisch gezien niet in de eerste plaats gebruikt als smaakversterker, maar wel als conserveermiddel, in parfums, bij balseming en als medicijn.

Het gevarieerde gebruik ervan maakte van de gewassen al snel een kostbaar product. Aangezien de nood aan goed geconserveerd voedsel hoger is in warme gebieden zoals Azië en Afrika, ontstond in deze contreien de specerijhandel het eerst. In het gematigde klimaat tieren de planten ook welig, waardoor het aanbod er groter is. Hele karavanen beladen met kruiden trokken doorheen de woestijnen, wat een grote uitwisseling van producten, valuta, kennis, religie en technologie in de hand werkte. Koopmannen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika vergaarden met deze handel fortuinen en het domineren van onder meer de Afrikaanse zouthandel doorheen de Sahara maakte van deze man de rijkste die ooit geleefd heeft.

Pas toen Alexander de Grote in 330 v.Chr. het Perzische rijk veroverde, kwamen de Europeanen in contact met de kostbare planten. De Europese aristocratie werd de belangrijkste drijvende kracht achter de import van specerijen naar ons continent. Rond het jaar 1300 lagen de prijzen van kruiden en specerijen echter zo hoog, dat een halve kilo nootmuskaat overeen kwam met de prijs van zo’n zeven vette ossen. Zelfs de Europese elite kreeg het in de middeleeuwen dus moeilijk om het overzeese transport van de ‘luxeproducten’ te bekostigen.

Daar kwam in de 15de eeuw echter verandering in, toen de ontwikkeling van de Westerse scheepvaart en navigatiesystemen langeafstandsreizen over zee mogelijk maakten. De Europese vorsten hadden hun zinnen gezet op de welige specerijenhandel in het Oosten en zetten verschillende expedities op poten om de Atlantische Oceaan over te steken.

Op zijn zoektocht naar een alternatieve zeevaartroute naar het kruidenrijke India stuitte Christoffel Columbus in 1492 op Amerika. Ook Vasco da Gama was een van de ontdekkingsreizigers die erop uit werd gestuurd om een handelsroute naar India op de kaart te leggen. Hij was de eerste die in het land aankwam, via een route die langs Afrika leidde. De kolonisatie van Amerika en Indonesië, de afslachting en uitroeiing van de inheemse bevolking en zelfs de trans-Atlantische slavenhandel zijn dus allemaal onbedoelde gevolgen van de zoektocht naar smaakvoller voedsel.

Volgens sommige historici luidde het veroveren van de specerijenhandel het begin van de moderne tijd in. De bezetting van Indonesië bracht een ongeziene welvaart teweeg in de thuislanden en bekostigde het verdere kolonisatieproces in de rest van de wereld. Een web van scheepvaartroutes over de oceanen werd geweven en de specerijenhandel bleef nog lange tijd een van de geschilpunten tussen de kolonisten. Terwijl Spanje en Portugal het grootste deel van de 16de eeuw ruzieden over kruidnagel, duelleerde Nederland met Engeland over nootmuskaat. Het eiland Manhattan in New York werd in de 16de eeuw zelfs door de Hollanders verruild voor een piepklein eiland in Indonesië, dat begroeid was met muskaatbomen.

REACTIES

Lees ook Meer van deze auteur