“Je haalt het einde van de week niet”: vervloekte Porsche maakte heel wat slachtoffers

402

Porsche bestaat dit jaar zeventig jaar, waarover later deze week meer én waarbij er wat te winnen valt. We vonden dit het ideale moment om de meest bloeddorstige auto ooit, de Porsche van wijlen James Dean, nog eens onder de aandacht te brengen.

De meest bekende ‘sadistische’ auto is allicht ‘Christine’, de knalrode Plymouth Fury die werd bedacht door horrorschrijver Stephen King. Maar ook de Porsche 550 Spyder van wijlen James Dean heeft enkele doden op zijn geweten, zelfs toen de bolide al was herleid tot een hoopje schroot. Dat is, in tegenstelling tot Christine, geen fictie…

“Kruip achter het stuur en je haalt het einde van de week niet”

De jonge, succesvolle acteur James Dean heeft een passie voor snelle auto’s en geregeld waagt hij zich met zijn vierwielers op één of ander circuit. Vooral dat laatste zint filmproducent Warner Brothers niet en men verbiedt James Dean te gaan racen zolang de opnames van hun film ‘Giant’ lopen.

Wanneer die opnames erop zitten, is de acteur blij dat hij zich opnieuw aan een race mag wagen. Hij verkoopt zijn Porsche 356 Speedster en schaft zich een bloedsnelle 550 Spyder aan. Twee dagen na zijn aankoop, op 23 september 1955, showt James Dean apetrots zijn nieuwste aanwinst aan de Britse acteur Alec Guinness. Koude rillingen lopen over Alecs rug, wanneer hij de wagen bekijkt. “Als jij achter het stuur van die auto kruipt, haal je het einde van de week niet”, zegt hij. James Dean moet daar eens goed mee lachen.

Afspraak met de dood

James haalt het einde van die week wel. Straffer nog: hij kijkt al uit naar het einde van de daaropvolgende week. Op zondag 2 oktober zal hij met zijn nieuwe bolide namelijk deelnemen aan een race op het circuit van Salinas, zo’n honderd kilometer ten zuiden van San Francisco.

Op vrijdag 30 september vertrekt James al vanuit Los Angeles, een trip van zo’n 480 kilometer. Meestal wordt een racewagen op een trailer naar het circuit gereden. James’ monteur, Rolf Wütherich, vindt het echter beter de 550 Spyder gewoon naar ginder te rijden. Zo wordt de gloednieuwe Porsche nog een beetje ingereden vooraleer-ie full speed over het circuit mag scheuren. Zo gezegd, zo gedaan: Dean kruipt achter het stuur van de Porsche, Wütherich vlijt zich neer op de passagiersstoel. De beste vriend van James Dean, de stuntman Bill Hickman, rijdt met zijn Ford Country Squire met aangepikte trailer achterna om de Porsche na de race weer thuis te brengen.

Die zonnige vrijdagmiddag rijdt het gezelschap over de Route 99, om nabij Bakersfield links de Route 166 te kiezen. Via de Route 33 gaat het verder op de Route 466. Bij Blackwells Corner wordt er halt gehouden voor een koffie en een sigaretje. De rit die daarop volgt, van Blackwells Corner naar Salinas, zal meteen de acteur zijn laatste rit worden…

Hij mag dan in een interview enkele weken tevoren wel verteld hebben dat-ie op de openbare weg een voorbeeldig chauffeur is en enkel op circuit zijn auto’s de sporen geeft, toch houdt James er zich die dag niet aan. Iets voor zes uur ‘s avonds nadert hij de splitsing met Route 41. Vanuit de andere richting komt een 23-jarige student, Donald Turnpseed, in zijn Ford Tudor aangereden. Die draait linksaf om naar Fresno te gaan en ziet de Porsche Spyder, die tegen zo’n 140 km/u aangestormd komt, niet op tijd. De zware Ford knalt frontaal op de lichte Porsche, die door de lucht vliegt, enkele malen rondtolt en meters verder weer op zijn wielen terechtkomt. Wütherich wordt uit de sportwagen geslingerd, wat zijn geluk zal blijken. James Dean blijft echter met zijn voet klem zitten tussen de pedalen en krijgt het zwaar te verduren. Beiden worden in één ambulance naar het ziekenhuis van Paso Robles gebracht, maar James heeft zijn laatste adem al uitgeblazen vooraleer dat hospitaal bereikt is.

Het ene slachtoffer na het andere

James Dean verandert op slag in een legende, maar met zijn Porsche is wat eigenaardigs aan de hand. George Barris, da’s de autotuner die elf jaar later de ‘Batmobile’ zal ontwerpen, koopt het wrak voor een luttele 2.500 dollar en vraagt één van zijn monteurs het op te pikken met een takelwagen. Wanneer die monteur met de Spyder bij de garage van George arriveert en ‘m wil lossen, slaat het noodlot opnieuw toe. Een kabel schiet los, het wrak glijdt van de autoambulance en de monteur komt eronder vast te zitten. Resultaat: twee gebroken benen. Barris krijgt kippenvel telkens hij de overblijfselen van de 550 Spyder aanschouwt: het lijkt wel alsof die behekst is.

Hij verkoopt de motor van het wrak aan ene Troy McHenry en de versnellingsbak aan een zekere William Eschrid. Beide heren zijn dokter én amateurracer. Ze bouwen de aangekochte delen in hun eigen Porsches. Op 24 oktober 1956 verschijnen zowel McHenry als Eschrid aan de start van een race in Pamona Fair Grounds. Tijdens die wedstrijd verliest Troy McHenry de controle over het stuur, knalt keihard tegen een boom en is op slag dood. Luttele minuten later vliegt William Eschrid met zijn wagen uit de bocht, gaat over de kop en geraakt daarbij ernstig verwond. “Het leek wel alsof mijn auto plots een eigen leven leed”, zal hij later verklaren. “Plots blokkeerde alles, alsof ik die bocht uit moést.”

Terwijl het wrak op Barris’ terrein staat, probeert een jongeman ‘s nachts het stuurwiel te stelen. Zomaar, als aandenken aan James Dean. Tijdens die actie glijdt hij echter uit en haalt daarbij zijn arm helemaal open aan een stuk metaal. Een andere kerel, die de met bloed doordrenkte bestuurdersstoel tracht te ontvreemden, ondergaat identiek hetzelfde lot.

Nog een andere komt om de achterwielen van de Porsche vragen. “Doe het niet, want alles wat van die auto komt, is vervloekt”, probeert Barris de man op andere gedachten te brengen. Die wil echter kost wat kost de wielen en Barris geeft uiteindelijk toe. De man monteert de wielen onder zijn eigen wagen en gaat er een ritje mee doen. Alsof de duivel ermee gemoeid is, krijgt hij dubbele klapband. Zijn auto is rijp voor de schroothoop, de jongeman zelf ligt ook enkele weken in de lappenmand.

Ook sensibiliseren wil de Spyder niet

Genoeg onderdelen verkocht, zo denkt Barris. De wagen gaat doorheen de Verenigde Staten toeren, als campagne tegen roekeloos rijgedrag. Tijdens die toer valt het wrak een keer van de trailer, waardoor een monteur zijn been breekt.

Het wrak wordt voor een tijdje ondergebracht in een loods van de California Highway Patrol, die na enkele dagen om een onverklaarbare reden volledig afbrandt. Alle voertuigen die in de loods staan, geraken daarbij zo ernstig beschadigd dat ze haast onherkenbaar zijn. Enkel het wrak van de 550 Spyder blijft intact. Of toch voor zover het nog intact was…

Een monteur komt het wrak oppikken met een takelwagen, om naar de volgende sensibiliseringscampagne gebracht te worden. Wanneer de auto omhoog hangt, klaar om op de laadplateau gezet te worden, schiet de bekabeling los en valt de Spyder recht op de monteur. Die is op slag dood.

Tijdens een tentoonstelling in Sacramento glijdt het wrak van de display waarop het tentoongesteld is. Een kind komt eronder vast te zitten en breekt daarbij een heup.

Verdwenen…

In 1960 wordt de Spyder in Miami op een gesloten vrachtwagen geladen, die nadien ook nog eens wordt verzegeld. Wanneer de vrachtwagen nadien in Los Angeles bij Barris toekomt, wordt het lood waarmee de deuren van de truck verzegeld zijn, opengeknipt. De deuren gaan open en… de laadruimte is leeg! Niemand die weet hoe dat kon gebeuren.

… en teruggevonden?

Daarmee is het verhaal nog bijlange niet afgelopen. Ruim vijftig jaar later looft het Amerikaanse VOLO-museum één miljoen dollar uit indien de overblijfselen van de Porsche teruggevonden worden. Zij willen ‘m namelijk tentoonstellen. Een zekere Shawn Reilly, een kwieke zestiger, herinnert zich plots wat terug uit zijn jeugdjaren. Toen hij een kleine uk van zes was, ging hij met zijn vader ergens ‘een klus klaren’. Er moest daar toen een wrak van een zilverkleurige sportwagen achter een valse muur verstopt worden. Eén van de aanwezige personen aldaar was volgens hem niemand minder dan George Barris. Ook herinnert hij zich nog levendig dat hij zijn vinger had opengehaald aan een scherp stuk uitstekend metaal van het wrak. Geen hond die het verhaal van Shawn gelooft. Tot hij dat nog eens vlekkeloos bevestigt terwijl hij aan de leugendetector hangt. Er wordt een zoektocht naar het gebouw gehouden dat Shawn weet te beschrijven en ongelooflijk maar waar, dat blijkt er nog steeds te staan. Straffer nog: er is in dat gebouw wel degelijk een valse muur aanwezig.

Muur slopen, wrak er achteruit halen, naar het museum brengen en centjes tellen, zo denk je? Helaas is het niet zo simpel. Het museum wil namelijk die één miljoen dollar aan de rechtmatige eigenaar van het wrak geven, maar er dient eerst uitgevogeld te worden wie dat nu eigenlijk is.

George Barris, die – toeval of niet? – overleed net nadat bekend raakte dat de Porsche mogelijks gevonden was, claimde nog snel dat hij die rechtmatige eigenaar was. Hij heeft in 1955 namelijk 2.500 dollar neergeteld voor dat wrak. Ook heeft hij altijd volgehouden dat hij geen flauw benul had van wat er met de restanten van de Spyder was gebeurd na de mysterieuze verdwijning ervan.

Het is goed mogelijk, maar nog niet bewezen, dat George Barris die verdwijning in scène heeft gezet om én van die ongeluksbak af te zijn én een mooie premie van de verzekering op te strijken: het wrak was op het moment van de verdwijning immers een ‘bron van inkomsten’. Alleen: men vindt niks terug of hij ooit daadwerkelijk wat heeft ontvangen van de verzekeringsmaatschappij. Als dit het geval was, dan is die maatschappij de rechtmatige eigenaar van de Porsche.

Volgens de directeur van het museum, die de zaak inmiddels terdege onderzocht, heeft er nooit iemand schriftelijk bewijs kunnen voorleggen dat Barris het wrak eerlijk had gekocht en in dat geval zou het dan weer de familie van wijlen James Dean zijn, die aanspraak kan maken op de één miljoen dollar.

Tot slot: James Dean had de auto in Californië ingeschreven aan de hand van het motornummer en niet van het chassisnummer. Niemand minder dan de familie van Eschrid, de dokter die in 1956 een ongeluk kreeg met een wagen met de ingebouwde versnellingsbak van de ‘vervloekte’ Spyder, heeft thans de originele motor in het bezit. Misschien zijn zij dus wel de eigenaars…

Kortom: op het moment van schrijven is het nog niet uitgevlooid aan wie het wrak nu toebehoort. Als het daar al daadwerkelijk achter een muur steekt…

REACTIES

Lees ook Meer van deze auteur