Leen Dendievel: “Ik ben kwetsbaarder dan ik had gedacht”

573

Twee en een half jaar geleden bekroop een duivelse angst Leen Dendievel. Vanuit het niets ging haar hart in overdrive. Een hartaanval was het enige dat in haar opkwam, maar dat was het gelukkig niet. De gedachte alleen al hield haar lichaam in een wurggreep.

Een paniekaanval was het. Oftewel: hyperventilatie. Sindsdien kwam meneer Angst op willekeurige momenten langs bij de 34-jarige actrice die Kaat Bomans speelt in Thuis. Hoe ze hem mondjesmaat uit haar huis kreeg, legt ze nauwgezet uit in haar boek Asem.

We gaan allemaal dood. En niemand weet hoe. We beelden het ons soms in, maar echt voelen zal je het pas als het zover is. Tot het elke dag zover is. Tot je je niet meer inbeeldt hoe het zou zijn, maar je elke dag met de gedachte zit dat je laatste uren geslagen zijn. Want je lichaam geeft het zo aan; je hart gaat als een razende tekeer, het zweet parelt op je voorhoofd, een ijzeren gordijn blokkeert je borstkas, je longen zijn te klein om te ademen en het zwarte gat voor je ogen wordt zichtbaar.

Weet je nog wanneer je je eerste paniekaanval had?
LEEN DENDIEVEL: “Twee jaar en een half geleden. Ik had toen een lange tijd aan een stuk heel hard gewerkt. Ik lag in bed en voelde mijn hart plots hevig tekeergaan. Ik draaide me om, maar dat hielp niet. Ik zette me recht, maar mijn hart bleef kloppen als een gek. Ik was er echt van overtuigd dat ik een hartaanval had. Niet dus. Enkele maanden later lag ik rustig in de zetel. Plots kwam hetzelfde gevoel opzetten. De angst voor een hartaanval nam het over van mij. Ik haastte me naar de spoed. Daar lieten ze me weten dat ik aan het hyperventileren was. Nog een tijdje later was ik op vakantie in Spanje. Om uit te rusten, zou je zeggen. Elke dag had ik daar last van paniekaanvallen. En ook daar zei de dokter dat ik leed aan ‘angstgedachten’.”

Dat klinkt enorm vermoeiend.
DENDIEVEL: “Dat was het ook. Zeker in drukke werkperiodes. ’s Nachts had ik dan last van paniekaanvallen waardoor ik niet sliep. De volgende dag moest ik dan vroeg opstaan en de hele dag draaien en repeteren. En ’s nachts begon het hyperventileren weer. Dat was een rollercoaster. Ik was niet moe van het werken, want ik doe mijn job heel graag en dat geeft me energie, maar mijn lichaam was op door die terugkerende paniekaanvallen. Maar ik moest door, dus zocht ik een manier om ermee om te gaan. Een boek schrijven, dus. En door alle kennis die ik in mijn zoektocht heb vergaard, begon ik die paniekaanvallen meer te relativeren en deemsterden ze meer en meer weg.”

Heb je er nu nog vaak last van?
DENDIEVEL: “Er is een leven voor en na paniekaanvallen. Af en toe bekruipt me dat benauwd gevoel nog eens, maar dan schiet ik niet meer in paniek. Ik denk dan rustig na wat de reden zou kunnen zijn, zoals een stressvolle werkweek, een lastige discussie of slecht nieuws. Het maakt me zenuwachtig, maar ik weet dan dat het geen hartaanval is. Vroeger raakte ik bij het minste symptoom in paniek. Als mijn arm pijn plots pijn deed, bijvoorbeeld, ook al was dat omdat ik mijn gsm te lang in mijn handen had. Nu relativeer ik veel meer. Ik weet dat ik gevoelig ben voor paniekaanvallen, dus ik moet ermee leven. Dat is zoals een hond die je leert wandelen en die jou niet meer gaat leiden, maar andersom. Ik moet niet meer aan die leiband trekken. Ik denk gewoon: ‘hier, naast mij’.”

Sinds ik iemand heb die ik kan achterlaten, heb ik meer schrik voor de dood.

Zwakke harten in de familie

Naar de buitenwereld toe lijk je een heel stabiele vrouw. Had je dit zien aankomen?
DENDIEVEL: “Nee. Ik ken mezelf heel goed, maar dit had ik nooit verwacht. Ik ben kwetsbaarder dan ik had gedacht. Ik wist wel dat ik een enorme piekeraar ben, al van kindsbeen af. Als ik ga slapen, overloop ik mijn dag. En dan kan ik me druk maken over bepaalde zaken die ik gezegd heb tegen bepaalde mensen. Maar ik heb mij voordien nooit zorgen gemaakt over een hartaanval. Integendeel. Ik ben ooit eens naar de dokter gegaan omdat mijn hart oversloeg. Hij vertelde me dat ik hartritmestoornissen had. ’s Avonds in mijn bed dacht ik: ‘Weet je, als ik een hartaanval krijg, dan is het maar zo’. Maar sinds ik iemand heb die ik kan achterlaten, is mijn verantwoordelijkheid groter geworden. Ik wil mijn man niet achterlaten, en die gedachte speelt voortdurend door mijn hoofd. Toen ik alleen was, had ik niet zoveel schrik voor de dood.”

Zou dat je kunnen tegenhouden om aan kinderen te beginnen? Want dan heb je nóg een groter verantwoordelijkheidsgevoel…
DENDIEVEL: “Dat kan ik nu niet voorspellen omdat ik nog niet het gevoel heb dat ik kinderen wil. Dat zullen we wel zien als het zover is. Maar het zou kunnen dat angst ook daarin een rol speelt.”

Je boek is doorspekt met gedachtegangen van andere mensen met angstgevoelens. Bij jou ligt de nadruk vooral op het krijgen van een hartaanval. Is daar een reden voor?
DENDIEVEL: “Mijn grootouders hebben allebei een hartaanval gehad, dus het zit in de familie. Dan hou je daar bewust of onbewust wel meer rekening mee. En er sterven steeds meer jonge mensen aan een hartaanval of hartaderbreuk, of dat lijkt toch zo omdat het dan uitvoerig in het nieuws komt. Nu kan ik er beter mee om, maar als het zoveelste bericht verscheen over een wielrenner die van zijn fiets was gedonderd, zette ik de televisie uit. Ik wilde het niet weten. Want waarschijnlijk was het wel weer een hartaanval – zo dacht ik – en dat zou me weer in paniek kunnen brengen. Nu probeer ik te denken zoals Jean-Luc Dehaene: ‘we pakken het probleem aan als het zich voordoet’. Met andere woorden: ik pak het probleem aan als ik echt een hartaanval heb. Dat klink stom, maar sinds ik dat in mijn hoofd heb gestoken, gaat het beter.”

Hoe kijk je terug op die periode? Vind je dat je je te druk heb gemaakt over dat probleem?
DENDIEVEL: “Nee, helemaal niet. Er was een reden waarom ik mij druk maakte. Dat zat niet alleen in mijn hoofd. De lichamelijke symptomen waren echt aanwezig en voelde ik. Alleen maakte ik het erger in mijn hoofd waardoor de hartkloppingen nog meer tot uiting kwamen. Ik was niet zot, hé. Ik máákte mezelf zot. Ik heb er nu niet zoveel last meer van, maar wie weet komt dat onbewust terug. Dat zou perfect kunnen, dat er plots weer een disconnectie is tussen mijn lichaam en wat ik denk. Dat heb je nooit volledig in de hand. Maar wat je wél in de hand hebt, is je levensstijl en weten wat je lichaam aankan.”

Leg eens uit.
DENDIEVEL: “Het was duidelijk dat ik meer ademruimte nodig had. Ik had me niet overwerkt, maar ik had de ruimte voor mezelf om dingen te verwerken genegeerd. Vroeger was ik, bijvoorbeeld, drie maanden bezig met een productie en daarna kon het wel eens zijn dat ik een maand niets te doen had zodat ik op adem kon komen. Zo’n periodes heb ik de afgelopen twee en een half jaar niet meer gehad. Meestal zijn dat twee dagen na elkaar waarin ik kan ontspannen. En dan nog moet ik me bezighouden met administratie. Nu plan ik dat veel beter in voor mezelf. Als ik een vrije dag heb, hou ik die vrij voor mezelf, ook al krijg ik daarna aanvragen van buitenaf. Ik hoef geen reden te geven.”

Er is een leven voor en na paniekaanvallen. Af en toe bekruipt me dat benauwd gevoel nog eens, maar dan schiet ik niet meer in paniek. Ik denk dan rustig na wat de reden zou kunnen zijn.

Alles met mate

Heeft je toenemende bekendheid door je rol in Thuis ook meegespeeld?
DENDIEVEL: “Toch wel, ja. Als ik vroeger na een voorstelling naar de foyer ging om na te drinken met de collega’s, was dat voor mij ontspanning. Soms kwam er wel eens een toeschouwer naar me toe om te zeggen dat hij genoten had van het stuk, maar veel meer dan dat was het niet. Nu kennen veel meer mensen mij door Thuis en word ik vaker aangesproken, of willen mensen een selfie met mij, enzovoort. Ik ga met alle plezier op de foto met iedereen, maar op dat moment ben je nog steeds aan het werken. Als je dan pas tegen middernacht met je collega’s rustig kunt napraten en je de volgende ochtend weer vroeg op moet, kan je beter meteen na de voorstelling naar huis gaan. Anders kom je snel weer in die vicieuze cirkel van te weinig rust terecht, met de gekende mogelijke gevolgen van dien.”

In je boek geef je ook enkele tips om paniekaanvallen te voorkomen. Alcohol en koffie staan bovenaan het ‘te vermijden’-lijstje. Zondig jij je daar nooit meer aan dan?
DENDIEVEL:
“Ik drink bewust minder koffie dan vroeger. Ik voelde wel dat als ik te veel koffie dronk, mijn hart sneller ging kloppen. Dat is normaal, maar dat was nu niet de trigger die ik nodig had. Ik was sowieso geen alcoholdrinker, dus dat is hetzelfde gebleven. Nu ja, af en toe drink ik wel eens een glaasje wijn, maar daar is niets mis mee. Ik ben gelukkig niet gevlucht in alcohol. Heel veel mensen doen dat wel. Alcohol brengt je in een roes en ik kan mij wel voorstellen dat die verdoving op het moment zelf deugd kan doen, maar daarna val je gewoon goed in slaap en vervolgens kom je toch weer uit die roes. Ik zeg niet dat je al die zaken volledig moet vermijden. Ik ben wel voorstander van ‘doseren’. Alles met mate. Dat is heel belangrijk. Dat geldt trouwens ook voor social media.”

Dat we dat moeten vermijden?
DENDIEVEL: “Dat gaat niet, want we kunnen niet anders. Maar we zijn voortdurend bezig met social media waardoor we bijna geen tijd meer hebben om dingen te verwerken. Ergens gaan zitten en rustig een krant lezen zonder je smartphone, dat doen wij amper. Ons lichaam is hetzelfde als jaren geleden, maar er zijn veel meer prikkels van buitenaf dan vroeger. Verwerk dat maar eens allemaal. Ik heb Facebook en Twitter al achterwege gelaten, omdat het voor mij te veel was. Ik gebruik enkel Instagram nog omdat het makkelijk is. Je post een foto en klaar. Ik heb wel de indruk dat meer en meer mensen zuiniger omspringen met social media dan enkele jaren geleden. Ik stuurde onlangs een bericht via Whatsapp naar mijn 19-jarige nicht. Een hele tijd later kreeg ik pas antwoord. Ze had haar 4g een maand afgezet om niet voortdurend gestoord te worden. Als dat de nieuwe generatie is, dan zie ik het allemaal goed komen. Uiteindelijk waren gsm’s voor onze generatie iets compleet nieuws. Je stuurde een berichtje, tuut tuut, en dat kwam aan bij je vriendin. Onvoorstelbaar. Voor de 16-jarigen van vandaag is dat niet meer speciaal. Het nieuwe is eraf. En dat kan resulteren in gematigder gebruik van die technische snufjes en dus in een stabieler leven. Dat lijkt me gezond.”

Ik ben blij dat transgenders zich zo gelukkiger kunnen voelen. Biologie is maar biologie, hé. De natuur maakt ook fouten.

Ongewild beroemd

Even over je rol als Kaat in Thuis. Wat sprak je zo aan daarin?
DENDIEVEL: “Dat was geen gewone rol. Ik dacht: ‘oh boy, ik ga iemand spelen die ooit een man is geweest, all right!’. Ik vond dat heel intrigerend en ik had zin om mijn tanden daarin te zetten. Als actrice wil je altijd een rol waar beet aan is, en dit was er echt eentje uit de duizend.”

Krijg je van de transgenderwereld veel respect?
DENDIEVEL: “Ik denk wel dat ze mij in hun armen hebben gesloten, ja. Op de Thuis-dag, bijvoorbeeld, kwamen er transgenders naar me toe: ‘ik ben ook zoals u’, fluisterden ze me in. Schitterend vind ik dat. Ik voel mij ergens ook wel één van hen, in de zin van: ‘ik snap het’. Voor mij is dat niet vreemd. Ik heb mij ondergedompeld in die wereld en dan kom je veel transmensen tegen. Dat zijn ook maar mensen zoals jij en ik. Ik ben blij dat mensen zich zo gelukkiger kunnen voelen. Biologie is maar biologie, hé. De natuur maakt ook fouten.”

Was je van kindsbeen af geboren om op de planken te staan?
DENDIEVEL: “Nee, want ik wist niet dat acteren een beroep was. (lacht) Ik las graag gedichten voor in de klas en eiste altijd de hoofdrol op bij het toneelspelen in de Chiro, maar wist ik veel dat ik dat later om den brode kon gaan doen. Ik was een sportief meisje. Ik deed atletiek en judo en wilde eigenlijk turnjuffrouw worden, totdat ik wist dat er acteeropleidingen bestonden. Op mijn vijftiende ben ik dan naar de kunsthumaniora gegaan. Maar tot mijn dertien jaar had ik nooit het idee dat ik actrice zou worden. En beroemd worden al helemaal niet. Dat heb ik nooit echt gewild. Nu nog niet. Als dat er niet bijhoorde, was dat voor mij ook goed geweest.”

Wat staat er nog op jouw absolute bucketlist?
DENDIEVEL: “Ik heb er altijd van gedroomd om Julia te spelen in Romeo en Julia. Maar helaas, daar ben ik nu te oud voor. Ken je Medeia? Dat is een Griekse tragedie over een moeder die uit wraak van de ontrouw van haar man de kinderen vermoordt. Dat vind ik zo’n geweldig stuk en personage. Langs een kant begrijp je haar wel, maar ja… Dat is zo’n intrigerend personage dat ik dat heel graag eens zou willen spelen. En natuurlijk wil ik ooit in een film van Woody Allen spelen, maar dat gaat niet gebeuren. (lacht) Oh ja, ik zou ook heel graag in Nederland werken. Theater of televisie, dat maakt niet uit. Ik zou er zelfs graag een jaar willen gaan wonen. Ik vind Nederlanders de max. Ze zeggen wat ze denken. Daar hou ik van. Dat zou ik echt heel graag doen.”

Asem van Leen Dendievel wordt uitgegeven door Horizon en is HIER te koop.

FOTOGRAFIE: Koen Van Buggenhout
TEKST en INTERVIEW: Koen De Nef

REACTIES