Meest tot de verbeelding sprekende seriemoordenaar ooit mogelijk ontmaskerd

749

In het Londen van 1888 was geen enkele prostituee ‘s nachts nog veilig: Jack The Ripper hielp ze één voor één het hoekje om. De seriemoordenaar werd nooit ontmaskerd, maar 130 jaar later brengt een schilderij misschien het antwoord.

De 31-jarige Mary Ann Nichols verlaat op 31 augustus omstreeks halfdrie ‘s nachts een pension. Ze wordt er buiten geknikkerd omdat ze geen centjes heeft om haar slaapplaats te betalen. In de Osborn Street zien getuigen haar diezelfde ochtend nog tippelen, nog eens vier uur later wordt haar levenloze lichaam gevonden in een achterstraatje vlakbij. Niemand heeft iets verdachts gezien. De lijkschouwer komt erbij en die stelt vast dat Mary een gruwelijke dood stierf. Haar keel is doorgesneden en ze heeft verschillende gaatjes in haar buik. Het moordwapen moet een vlijmscherp mes geweest zijn met een lemmet van minstens twintig centimeter en de dader moet woest tekeer gegaan zijn. De manier waarop de verwondingen werden toegebracht, wijzen erop dat de dader met zijn linkerhand stak.

Annie Chapman heeft met haar echtgenoot drie kinderen. Wanneer dochter Emily op twaalfjarige leeftijd overlijdt, zet Annie het op een zuipen. Haar man ziet Annie’s drankprobleem als reden om te scheiden. Annie gaat zichzelf prostitueren om haar voornamelijk glazen boterhammen te kunnen bekostigen. Op 8 september gaat de 47-jarige Annie Chapman, ‘Dark Annie’ voor haar klanten, tippelen. Het wordt ineens haar laatste keer: vermoord wordt ze teruggevonden in de tuin van een huis, niet ver van waar Mary Ann het leven liet. Annies buik was opengesneden en haar baarmoeder vakkundig verwijderd.

Op 27 november 1888 is het de beurt aan Elizabeth Stride, in het prostitutiemilieu beter bekend als ‘Long Liz’. Met haar één meter vijfenzestig is ze namelijk een beetje langer dan de meeste andere Britse vrouwen uit die tijd. Het levenloze lichaam van de 44-jarige lichtekooi wordt teruggevonden in Dutfield’s Yard, op een boogscheut van waar de andere twee werden gevonden. Enkele uren tevoren was ze volgens ooggetuigen nog samen met een klant. ‘Een kleine dikke met een bolhoed en een snor’. De manier waarop haar lichaam erbij ligt, doet vermoeden dat de dader haar achterlangs had beslopen, naar achteren getrokken en in één beweging haar keel doorsneed.

Catherine Eddowes besluit na twee mislukte huwelijken, waarvan dat mislukken voornamelijk aan haar opvliegende karakter te danken is, maar alleen te blijven. Ze is hopplukster van beroep en haar voornaamste hobby is ‘geld uitgeven’. Om die hobby te bekostigen klust ze nog bij als prostituee. Haar lichaam wordt nauwelijks een uur na dat van ‘Long Liz’ gevonden, op een slordige honderd meter daar vandaan. Bij het lichaam van Catherine ontbreekt, net als dit bij ‘Dark Annie’ het geval was, de baarmoeder. Maar ook haar linkernier blijkt vakkundig verwijderd en haar beide wangen zijn open gesneden.

Mary Jane Kelly komt uit een arm gezin en weet zelf eveneens met moeite de eindjes aan elkaar te knopen. Mary Jane, die geregeld van haarkleur verandert en daardoor bijnamen als ‘Ginger’ en ‘Black Mary’ krijgt, is echter een bijzonder aantrekkelijke vrouw en heel wat mannen willen met haar de koffer induiken. Ze besluit dan maar in de prostitutie te stappen. Op 9 november 1888, ze is dan 25, bewoont ze een gehuurde eenpersoonskamer, wanneer iemand die binnensluipt en haar er van het leven berooft. De moordenaar is er met haar lever, nieren, baarmoeder en hart vandoor. Diezelfde nacht wordt er wat verder een bebloede schort teruggevonden, naast een muur. Op die muur is de volgende tekst met krijt neergepend: ‘The Jewes are men that wil not be blamed for nothing‘. Vrij vertaald: ‘De Joden krijgen de schuld niet voor niks in hun schoenen geschoven’. Al weten de speurders niet zeker of er met die ‘Jewes’ wel ‘Joden’ bedoeld worden. ‘Jewes’ kan evengoed staan voor Jubela, Jubelo en Jubelum. Dat zijn de drie individuen die volgens de legende Hiram Abiff het hoekje hebben om geholpen, een belangrijke meneer binnen de vrijmetselarij. De moorden zouden dus ook wel eens een onderdeel kunnen zijn van één of ander vrijmetselaarsritueel.

Uitgezonderd die tekst op de muur hebben de speurders weinig aanwijzingen. Allicht is de dader ook een chirurg of een slager. Alleszins iemand die verstand heeft van de anatomie van het menselijk lichaam en die weet hoe hij er op propere wijze organen uit dient te halen.

Een rechercheur ontvangt een brief, die samen met een stuk nier in een doosje verpakt zit. De boodschap:

Uit de hel. Aan de heer Lusk. Meneer, ik stuur u de helft van de nier die ik uit een vrouw wegnam, bewaarde die voor u. het andere deel heb ik gebraden en opgegeten en het was erg lekker. Misschien stuur ik u het bebloede mes als u slechts een poosje wacht. Pak me zodra u kunt, meneer Lusk.

Maar dan in het Engels natuurlijk. En met de nodige spellingfouten. Daaruit kan men helemaal niks concluderen. Ofwel is de briefschrijver en vermoedelijke dader geen groot licht, ofwel doet hij zich dommer voor dan hij is. Er volgen nog brieven waar men niet veel wijzer uit geraakt.

Zelfs het Britse koningshuis heeft een verdachte. Van prins Albert Victor wordt namelijk hardop gefluisterd dat hij een prostituee heeft bezwangerd. Om een schandaal van wereldformaat te voorkomen, zou het wel eens kunnen dat een koninklijke Brit een vijftal getuigen uit de weg ruimde. Sir William Gull heeft het perfecte dadersprofiel. Als bekwame dokter weet hij als geen ander hoe hij allerlei onderdelen uit een menselijk lichaam moet halen en bovendien is hij ook nog eens lid van de Britse vrijmetselarij. Hij zou ook al meerdere keren aanwezig geweest zijn op occulte rituelen die met de vrijmetselarij te maken hebben. Bovendien: als men de plekken van de vijf moorden op de kaart van Londen met mekaar verbindt, dan vormen die een pentagram. Een teken dat in de vrijmetselarij wel vaker voorkomt. Ook een andere bekende vrijmetselaar is een eventuele verdachte: Lord Randolph Churchill, de vader van Winston Churchill en eveneens een goede kennis van prins Albert Victor. Inspecteur Frederick Abberline, die met de zaak belast is, verklaart het volgende: “Mijn collega en ik zijn een hoop over de dader te weten gekomen maar in het belang van het onderzoek kunnen we nog niet veel vrijgeven. Wat we kunnen melden is, dat de dader niet in de lagere klasse van de Britse samenleving dient gezocht te worden. De dader behoort tot de elite.” Toch weet hij de dader nooit te klissen: nog tientallen verdachten, waaronder zelfs vrouwen, worden aan de tand gevoeld, doch zonder succes.

In 2002, 114 jaar na de feiten dus, denkt Patricia Cornwell het gevonden te hebben. Patricia is een Amerikaanse schrijfster van fictieve misdaadverhalen. De misdaden in haar boeken worden bijna altijd opgelost door middel van forensisch onderzoek. Op een dag besluit ze zich op het fenomeen ‘Jack the Ripper’ te storten om er over te schrijven en tijdens haar research stoot ze toch wel per abuis op wat volgens haar het onomstotelijk bewijs dat ene Walter Sickert ‘Jack the Ripper’ was zeker! Walter gaf schilderles aan prins Albert Victor. Waarom ze daar zo zeker van is? Patricia deed verschillende DNA-testen op zowel brieven van Jack the Ripper als die van Walter Stickert. Haar ‘Portrait of a killer’ handelt dan ook over de zoektocht die ze ondernam om haar gelijk te bewijzen.

Volgens Russell Edwards, een Britse zakenman, zit Patricia er glad naast. Volgens hem is ‘Jack the Ripper’ niemand minder dan Aaron Kosminski. Aaron was een Poolse Jood en zo gek als een achterdeur.

Ook hij komt in 2014 met een bewijsvoering met DNA-materiaal. Op de sjaal die in 1888 naast het lijk van Catherine ‘Long Liz’ Eddowes werd teruggevonden, werd er bloed van de prostituee aangetroffen. Er werd echter ook sperma op teruggevonden. Russell Edwards liet DNA uit dat sperma vergelijken met DNA van de nazaten van Aaron Kosminski en daaruit concludeerde hij dat Kosminski de dader moet geweest zijn.

Kosminski was in 1888 een Poolse immigrant van 23. Hij was kapper van beroep en werkte in de wijk waar alle moorden plaatsvonden. Op zijn 53ste overleed hij in een gesticht aan gangreen. In een gesticht, want sinds zijn 25 ging het op psychisch vlak steil achteruit met Kosminski.

Verschillende wetenschapsmensen knikkeren de conclusie van Edward in de vuilbak. Ten eerste valt niet met honderd procent zekerheid vast te stellen dat de gevonden sjaal inderdaad van Eddowes was. Hij kan evengoed toevallig op de plaats delict gelegen hebben. Ten tweede is verre van duidelijk waar die sjaal de voorbije 125 jaar zoal geweest is en dus valt de betrouwbaarheid van het DNA in vraag te stellen. Volgens deskundigen op het gebied van DNA-analyse waren de gebruikte testmethoden onvoldoende gedocumenteerd. Of met andere woorden: het kon evengoed het DNA van sperma van iemand helemaal anders zijn. En het feit dat er sperma wordt teruggevonden op een sjaal van een lichtekooi, in een tijd waarin vogelen met een condoom nog helemaal niet ingeburgerd was, is niet zo onwaarschijnlijk. Nog iets: hoe zou een kapper met de intelligentie van een braadkip baarmoeders en andere organen van vrouwen met chirurgische precisie kunnen verwijderen?

Sir Arthur Conan Doyle, da’s niemand minder dan de schrijver van Sherlock Holmes, laat in een interview weten dat volgens hem ‘Jack the Ripper’ eigenlijk een vrouw is. “Een vrouw”, zo vertelt hij, “kan zich immers makkelijk voordoen als verloskundige, of de dader kan misschien zelfs een verloskundige zijn, en daarmee niet verdacht zijn als ze in bebloede kledij over de straat loopt. Sindsdien staan er ook enkele vrouwen op de verdachtenlijst.

William Stewart bijvoorbeeld, die schrijft in zijn boek ‘Jack the Ripper: A New Theory’, dat ene Mary Pearcy de daderes is. Die vrouw vermoordt in 1890 de wettelijke echtgenote van haar minnaar op gruwelijke wijze, alsook de baby die de twee hebben. William kan zijn theorie echter niet bewijzen: in zijn boek volgt de ene toevalligheid de andere op. Toch krijgt zijn verhaal in 2006 bijval, wanneer een slimmerik op het idee komt de postzegels die op een aantal Ripperbrieven hangen, aan een DNA-onderzoek te ontwerpen. Het blijkt vrouwelijk DNA te zijn.

In 2012 komt schrijver John Morris met een andere vrouwelijke Jack the Ripper op de proppen: Lizzie Williams. In zijn boek ‘The Hand of a Woman’ omschrijft hij de twee motieven die Lizzie heeft. Ten eerste: bij drie van de slachtoffers werd de baarmoeder verwijderd. Lizzie Williams kon zelf geen kinderen krijgen en dat deed haar ontzettend veel verdriet. Ten tweede: Lizzie’s echtgenoot, een dokter, was een vaste klant van Mary Kelly en ook daar was Lizzie niet bepaald gelukkig mee.

Maar… onlangs werd een schilderij teruggevonden van Walter Sickert, de kunstenaar die in 2002 volgens Cornwell de dader was. Het schilderwerk toont een scène in de straten van Londen. Een man – misschien wel Jack The Ripper – daalt een trap af. Hij stapt toe op een dame die wel eens Mary Kelly zou kunnen zijn. Rechts op het schilderij vinden we we een vrouw terug die een sjaal draagt en vol bloed hangt en dus sterk dot denken aan Martha Tabram. Volgens sommigen het onomstotelijke bewijs dat niemand minder dan Walter Sickert Jack The Ripper was.

Walter Sickert
REACTIES

Lees ook Meer van deze auteur