Natali Broods: “Ik ben blij dat ik niet voortdurend nagekeken word”

237

Een miljoen Vlamingen zagen hoe dokter Mommaerts de duivel in zichzelf naar boven haalde in ‘Tabula Rasa’. Dezelfde 41-jarige actrice wordt in de film ‘Façades’ keihard bedrogen en belogen, zowel door anderen als door zichzelf. Maar het gebeurt op zo’n geraffineerde manier dat het erg begrijpelijk wordt.

Broods herkent zichzelf karakterieel – gelukkig – het meest in Alex in Façades, een film die draait rond een vrouw en die door vrouwen gemaakt is. Vrouwen aan de top in filmland, dat horen we de laatste jaren meer en meer, kijk maar naar Beau Séjour (Nathalie Basteyns en Kaat Beels), Le passé devant nous (Nathalie Teirlinck) en Home (Fien Troch). Dat is leuk om te zien, toch?

BROODS: “Ik vind het ten eerste fijn dat jou dat als man opvalt, want dat wil zeggen dat het verschil tussen échte mannen- en vrouwenfilms kleiner aan het worden is. Ik vind het heel positief dat meer en meer vrouwen een plaats in de filmwereld vinden. Daar hebben we lang genoeg op moeten wachten. Het talent is er immers altijd geweest, maar blijkbaar komt dat nu pas echt tot uiting.”

Hoe komt het dat dat zo lang geduurd heeft?
BROODS: “We hebben altijd in een mannenwereld geleefd. Dat is zo bij alle beroepen. Een piloot is in je hoofd altijd een man. Maar onlangs zat ik op een vlucht met twee vrouwen in de cockpit. Ik werd daar echt blij van. Het is duidelijk dat we meer en meer onze plaats krijgen in de maatschappij. Waarom dat nu pas is, daar heb ik het raden naar.”

Hoe anders ziet een film eruit als hij door een vrouw of door een man geregisseerd wordt?
BROODS: “Geraffineerder bij een vrouw, misschien? Maar kijk, het is niet omdat er een geweer voorkomt in een film die door een man geregisseerd is, dat het automatisch een mannenfilm is. En het is ook niet zo dat een film over emoties een vrouwenfilm pur sang is. Maar er is nog altijd een wezenlijk verschil. Ik denk wel dat als we op hetzelfde elan verdergaan, dat meer en meer gaat versmelten.”

“Maar het blijft moeilijk. We hebben het nog steeds over een vrouwelijke architecte en een vrouwelijke regisseuse. Die ‘vrouwelijke’ zou daar niet meer voor hoeven te staan. Ik hoop dat we daar ooit door geraken, maar tegelijkertijd leven we in conservatieve tijden waarin mensen zich graag blijven vasthouden aan rollenpatronen. Uit veiligheid. En om te weten wat ze moeten denken.”

Het voelt heel raar om iemands vel tegen je te voelen terwijl je daarvoor enkel met die persoon gepraat hebt.

Overspelige, zachtaardige man

Wat vind je als vrouw zelf van Façades?
BROODS: “Het is een intiem verhaal. De film zorgt voor een rustpunt in wat er allemaal op ons afkomt. En de thematiek is enorm interessant. De geheimen die mensen voor elkaar hebben of die ze naar zichzelf niet durven uitspreken. Het anders zijn naar de buitenwereld toe dan dat je echt bent als je alleen bent. Bepaalde dingen die we in ons leven doen en waarmee we het verdere verloop van iemands leven bepalen. Dat zijn zaken waar alle generaties mee worstelen. En ik wil zeker niet moraliserend zijn, in de zin van ‘je mag niet vreemdgaan’, maar het zijn wel zaken die andere dingen in beweging zetten en dat vind ik heel fascinerend.”

Theo Maassen speelt jouw vreemdgaande man. Je hebt hem zelf aangebracht. Waarom hem?
BROODS: “Er zijn maar vier grote rollen in de film. Je moet van in het begin geloven dat Jean (Johan Leysen; red.) mijn vader, Viv (Frieda Pittoors; red.) mijn moeder en Claus (Theo Maassen; red.) mijn man is. De rol van mijn vader en moeder lag snel vast, maar we wisten niet meteen wie geknipt zou zijn voor de rol van Claus. Met alle respect voor zijn leeftijdsgenoten in Vlaanderen: we hadden zin om eens ergens anders te gaan zoeken.”

“Theo komt vaak kijken naar mijn theatershows van Compagnie De Koe in Eindhoven. En ineens dacht ik aan hem. Het is zo’n grote, robuuste man die soms echt groffe, vuile moppen maakt, maar hij doet dat met zulke charme dat hij er altijd mee wegkomt. En tegelijkertijd heeft hij ook iets zachtaardigs. Het koppel in de film heeft geen kinderen, dus je moet wel geloven dat ze echt voor elkaar kiezen. En hij is het type man waar je bij wil zijn en die je dergelijke dingen vergeeft. Hij straalt dat heel hard uit, vind ik.”

Misschien nóg vermeldenswaardiger is de enorm geloofwaardige interactie tussen Alex en haar vader Jean. Kende je Johan Leysen al persoonlijk vóór de opnames?
BROODS: “Ik ben Johan tegengekomen op de set van Een ander zijn geluk van Fien Troch in 2005. Onze lijnen liepen in die film naast elkaar, dus ik heb nog nooit met hem samengespeeld, maar tijdens die opnames hebben we eens een halve dag samen moeten wachten in de cafetaria van een Carrefour. Daar hebben we een enorm fijn gesprek met elkaar gehad. We hebben een grote appreciatie voor elkaar – ik alleszins voor hem – en we hadden veel zin om deze rol te spelen. Maar de rest is magie op het scherm. Ik denk dat dat iets is waar je niet aan kunt werken. Dat is er of dat is er niet. Dat in combinatie met het feit dat we vaak als enige acteurs op de set waren. Er was dus niet veel afleiding. We moesten het uit elkaar halen en het gevoel was er dat dat zou lukken.”

Wat maakt van hem zo’n fantastisch acteur?
BROODS: “Hij heeft een fantastische kop en hij is heel gevoelig en intelligent. Dat is een cocktail die er bij hem op het scherm vanaf spat. En hij is heel aangenaam om mee te werken. Dat is niet nodig om een goed resultaat te hebben – je hoort wel vaker van sommige grote Hollywoodacteurs dat ze een pain in the ass zijn om mee samen te werken – maar dat geeft wel een extra fijn gevoel op de set. Ik kan niet goed werken in negatieve omstandigheden. Dan klap ik een beetje dicht. Maar dit was dus een win-winsituatie.”

Ik heb een lui rechteroog waar ik nauwelijks nog door zie. Dat is soms wel heel heftig.

Vluggertje

Wat was voor jou het meest memorabele moment om te spelen?
BROODS: “Er zijn drie scènes die me altijd zullen bijblijven. De ruzie met mijn vader over ons geheim, het confronterende gesprek met mijn moeder in het restaurant en de seksscène met Claus. Over die eerste twee momenten kan ik weinig vertellen, want dan verklap ik al enkele belangrijke details, maar die seksscène was vooral grappig omdat ze zo snel opgenomen was. Kaat en Nathalie (het regisseursduo Beels en Basteyns; red.) hadden voor die scène heel veel tijd voorzien, omdat je zo’n scène best niet afhaspelt. Maar we stelden voor om de scène in de gang op te nemen in plaats van gewoon in bed, waar je een topshot, gewoon shot en tegenshot nodig hebt en de belichting voortdurend moet aangepast worden. Dat neemt veel tijd in beslag. Onze vrijscène in de gang stond er meteen op. En voor de zekerheid hebben we ze nog een tweede keer opgenomen, maar that’s it. De rest van de dag zijn we dan maar met het volledige team koffietjes gaan drinken.”

Het lijkt zo eenvoudig, maar het is nog steeds een seksscène. Had je er dan totaal geen moeite mee?
BROODS: “Toch wel. Tijdens de repetitie ben je dan wel stoer en denk je mee na over hoe het er moet uitzien, maar de dag zelf is het toch wat ongemakkelijker. Het voelt heel raar om iemands vel tegen je te voelen terwijl je daarvoor enkel met die persoon gepraat hebt. We wisten op voorhand dat we man en vrouw moesten spelen, dus hebben we af en toe met elkaar gebeld om elkaar aan te voelen. We vertrouwden elkaar ook enorm. En zo’n vrijscène is heel intiem, maar nogmaals: dat wordt met veel zorg aangepakt door de hele ploeg en ik heb het nooit anders meegemaakt. En voor de rest is zo’n scène heel technisch. Been daar, hoofd daar, eerst tegen die muur, dan die muur, enzovoort. Dat is echt een soort choreografie. Dat maakt het moeilijk, want je moet die choreografie volgen en ondertussen heel passioneel bewegen en doen alsof je niet aan die choreografie denkt. Multitasking, dus.”

Dat de jonge Alex een plakker over haar rechteroog had, dat was niet toevallig, gezien je mooie imperfectie. Heb je dat detail zelf aangebracht?
BROODS: “Nee, dat detail heeft scenarist Jan Pepermans erin gestoken. Ik heb een lui rechteroog waar ik nauwelijks nog door zie. Dat is soms wel heel heftig. Als kind droeg ik ook zo’n plakker op mijn oog. Dan moest ik raden hoeveel vingers mijn zus opstak, bijvoorbeeld.”

Zijn er qua karakter gelijkenissen tussen Alex en Natali in het echte leven?
BROODS: “Ik denk dat haar karakter vrij dicht bij mezelf ligt. En dan heb ik het niet over gebeurtenissen, maar wel over hoe ze op dingen reageert. Dokter Mommaerts in Tabula Rasa ligt toch iets verder van mij.” (lacht)

Ik heb ook het recht om slechtgezind over straat te lopen zonder dat mensen denken: ‘amai, die Natali Broods, da’s geen vriendelijke’.

Aangename onherkenbaarheid

Daarin speel je een gestoord geobsedeerde psychiater die er alles aan doet om haar verliefdheid door te duwen. Dat gaat erg ver. Te ver voor jou?
BROODS: “Uiteraard gaat dat te ver, maar alles bestaat, denk ik. Soms lees je dingen in de krant waarvan je denkt: ‘steek dat in een film en niemand zou dat geloven’. Maar in het echte leven zijn er, bijvoorbeeld, ook vrouwen die hun kinderen vermoorden. Het gaat ver, maar ik vind dat het past in het fictieverhaal van Tabula Rasa. En bovendien vond ik het heel fijn om te spelen, als tegengewicht van Façades. ‘Waarom speel je altijd de bedrogen vrouw’, vroegen mensen me weleens. Dan dacht ik: ‘Wacht maar tot je ziet hoe Tabula Rasa eindigt’. (lacht) Ik was ook heel blij dat weinig mensen mij verdacht vonden. Gelukkig maar, want als je het van in het begin doorhebt, is er niet veel meer aan.”

Door Tabula Rasa en Façades is dit een beetje jouw jaar. Heel wat mensen kennen Natali Broods ineens. Merk je dat?
BROODS: “Niet echt. Mensen herkennen mij niet. Dat is ergens wel opmerkelijk omdat Tabula Rasa toch een miljoen kijkers trok, maar ik denk dat het komt omdat ik er daar zo anders uitzie. Maar ik ambieer niet de bekendheid. Ik wil gewoon mooie rollen spelen. Ik weet dat dat cliché is, maar zo is het wel. Ik vind het niet erg als mensen naar mij toekomen en hun mening over mijn acteerprestaties delen, maar ik ben ook blij dat ik niet voortdurend nagekeken word. Ik heb ook het recht om slechtgezind over straat te lopen zonder dat mensen denken: ‘amai, die Natali Broods, da’s geen vriendelijke’.”

Zou je dat tegenhouden om op televisie te komen, mocht je té herkenbaar worden?
BROODS: “Zolang ik op televisie doe wat ik graag doe en er trots op kan zijn, zou ik daar niet mee stoppen. En versta mij niet verkeerd: ik vind het leuk om erkend te worden voor mijn werk. Maar ik zeg ook ‘nee’ op bepaalde dingen. Ik heb weinig tegen mijn zin gedaan voor het geld. Ik denk trouwens ook dat als je te vaak op televisie komt, mensen je ook wel beu worden. Maar zolang er genoeg diversiteit zit in de rollen die je speelt, kan dat niet zo veel kwaad. Hoop ik. Want de mensen zijn nog niet van me af. (lacht) Binnenkort ben ik immers nog te zien in De infiltrant en Over Water. Maar daarin speel ik compleet verschillende typetjes.”

Wat spreekt je zo aan in het leven van een actrice?
BROODS: “Ik vind het heel fijn om geen saai leven te hebben, terwijl ik van nature uit wel behoudingsgezind ben. Als kind was ik heel verlegen en bang voor verandering, maar langs de andere kant trekt verandering mij net aan. Ik ben na mijn middelbaar voor een jaar met AFS weggeweest naar het buitenland. Ik was daar doodsbang voor en toch vond ik dat ik dat moest doen. Ik had precies hetzelfde gevoel bij mijn ingangsexamens als actrice. Ik was er doodsbang voor en toch wou ik dat doen.”

“Ik moet mezelf altijd vooruitduwen, maar dan ben ik achteraf wel heel blij dat ik dat heb gedaan. Op een podium of op een filmset kan ik onbevreesd zijn. Dat voelt aan als een speeltuin. Als actrice kan je een grote vrijheid in het leven opzoeken omdat wij heel veel mogen proberen en onze donkere kanten naar boven mogen laten komen. Dat is voor mij echt een uitlaatklep. Maar van zodra dat stopt, bekruipt het angstgevoel mij opnieuw. Zet mij voor duizend mensen en ik moet praten als mezelf, dan ben ik heel zenuwachtig. Maar als ik mijn tekst ken en weet wat ik moet doen, dan bloei ik helemaal open.”

Dora van der Groen heeft mij gebuisd op het Conservatorium in Antwerpen. Raad eens wie mijn tegenspeler was in mijn allereerste filmscène?

Wraak op Dora van der Groen

En dan buist niemand minder dan Dora van der Groen jou tijdens je studies…
BROODS: “Klopt. Dora heeft mij gebuisd in het tweede jaar op het Conservatorium in Antwerpen. Maar tegelijkertijd vroeg regisseur Guido Henderickx mij voor de hoofdrol in de film S. Ik voelde mij op dat moment heel onzeker. Ik was net gebuisd, en het was bovendien een film vol seks en geweld. Dus zei ik tegen Guido dat ik de rol niet ging spelen. Maar hij drong aan en uiteindelijk heb ik het toch gedaan. Raad eens wie mijn tegenspeler was in de allereerste scène? Dora van der Groen, inderdaad. Revenge. (lacht) Nee, dat is een gemeen woord, maar het laat de relativiteit en subjectiviteit wel zien van hoe mensen je beoordelen.”

Hoe reageerde Dora daar dan op?
BROODS: “Ze speelde mijn grootmoeder en ging mij leren hoe het moest. (lacht) Maar Guido nam mij heel erg in bescherming. Hij vond Dora ook steengoed, maar ik was zijn hoofdrolspeelster en ik had nog nooit voor een camera gestaan. Dat was voor mij echt een wereld die openging. Op school was het ieder voor zich – begrijpelijk, want er vallen voortdurend mensen af en je wil erbij zijn – maar op zo’n filmset trekt iedereen aan hetzelfde zeel en daar was ik enorm van onder de indruk. Dat was een vreemde periode voor mij. Langs de ene kant kreeg ik te horen dat ik niet goed genoeg was en langs de andere kant wou een regisseur zijn film niet zonder mij in de hoofdrol draaien. Dat was heel verwarrend. Daar heb ik mijn vuurdoop gehad, maar tegelijkertijd heel veel geleerd. Uiteindelijk krijg je later in het leven ook vaak te maken met kritiek. Voor eenzelfde voorstelling kan je een goede recensie krijgen in de ene krant, en word je misschien volledig afgekraakt in de andere krant.”

Een saai leven is het allerminst. Maar langs de andere kant zie je je kinderen wel weinig. Voelt het soms aan alsof je dat anders wil?
BROODS: “Als het écht te druk is, heb ik het gevoel dat ik er te weinig ben voor mij kinderen. Dat gevoel had ik toen ik de opnames deed voor Tabula Rasa. Ik combineerde die opnames met mijn theaterwerk, en dat was gewoonweg te veel. Bij Façades heb ik het anders aangepakt. Dan heb ik mij volledig geconcentreerd op de film en mijn theaterwerk tijdelijk stopgezet. Dan is het leefbaar. Maar er zijn ook periodes dat ik even niets van acteerwerk aanneem. Vanaf februari volgend jaar blijf ik twee maanden thuis omdat ik vind dat de jongens (een tweeling van vier jaar; red.) daar recht op hebben en om gewoon zelf ook te kunnen uitblazen. Want het is echt veel geweest.”

Is je ingesteldheid als actrice veranderd sinds je kinderen hebt?
BROODS: “Ik ben veranderd, maar ik denk dat dat komt door de combinatie van ouder worden en kinderen hebben. Nu zeg ik vaker ‘nee’ op dingen die ik vroeger misschien wel gedaan zou hebben. Dan denk ik: ‘dat weegt niet op om thuis weg te zijn’. De tijd wordt anders ingevuld. En ik ga efficiënter met de tijd om. Nu doen ze geen middagdutje meer, maar toen dat nog wel zo was, blokte ik aan een stuk door tot ze mij riepen. Waanzinnig efficiënt.”

FOTOGRAFIE: Koen Van Buggenhout
TEKST: Koen De Nef

 

‘Façades’ is nu in de Belgische zalen te zien.

REACTIES