Onderzoekers menen verloren stad Atlantis gevonden te hebben

632

Al honderden jaren wordt er gediscussieerd over Atlantis. Sommigen beweren dat de beschaving ooit bestond, anderen doen het af als een mythe. Een team geleerden meent nu het bewijs gevonden te hebben dat Atlantis ooit echt bestond.

In het Spaanse Donana National Park liggen overstroomde, cirkelvormige formaties. Dat is al wel langer geweten, maar een onderzoeksteam, onder leiding van professor Tim Akers, onderzocht de boel nu. Uit dat onderzoek blijkt dat er heel wat overeenkomsten zijn met de geschriften van Plato, die Atlantis omschrijven. De onderzoekers wisten ook uit te vissen dat de overblijfselen veel ouder zijn dan aanvankelijk werd gedacht. Zo’n 12.000 jaar om precies te zijn. Op zich wel straf, omdat de mensen – of toch niet volgens de geschiedenis zoals we die nu kennen – eigenlijk nog helemaal niet dergelijke cement konden maken zoals volgens de onderzoekers gebruikt werd. Of al zulke kennis had over metaalbewerking.

Of zoals professor Akers het vertelt: “De mensen die dit ooit gebouwd hebben, moeten ongelooflijk ver gevorderd geweest zijn. Wat we ontdekten, kan enorme gevolgen hebben voor hoe we de geschiedenis in de toekomst zullen bekijken.

Voor wie niet helemaal op de hoogte is over Atlantis, brengen we het verhaal nog eens ‘in het lang’.

Atlantisch was een wondermooi land, bewoond door een hoge beschaving die gebruikmaakte van een geavanceerde techniek. De architectuur was monumentaal en de hoofdstad prachtig. De mensen waren er gelukkig, niemand was er arm, er was eten in overvloed. Maar toen de mensen materialistisch en corrupt werden, verschoven de sterren in de hemel. De zon kwam op in een andere windrichting. De grond scheurde open door talloze aardbevingen en de daardoor gevormde vulkanen spuwden lava zo ver het oog kon zien. Uiteindelijk slokte een enorme watermassa alles op en werd het land voorgoed van de kaart geveegd.

Tot zover een stukje vertaling van de geschriften van Plato, een Grieks filosoof en schrijver die verschillende van zijn werken aan Atlantis wijdde. Hij hoorde de verhalen over het verdwenen land van zijn grootvader, die het op zijn beurt weer had van een Egyptische geestelijke. Aangezien Plato niet bepaald een ajuin of fantast was, werd er zo’n tweeduizend jaar geleden niet aan zijn woorden getwijfeld. Tegenwoordig wordt Atlantis veelal afgedaan als een mythe, maar toch zijn er een aantal dingen die er op wijzen dat het paradijs wél ooit heeft bestaan.

Maar goed. De eerste die iets schreef over het mythische eiland, dat was dus Plato. Da’s een Griekse filosoof die in 427 voor Christus werd geboren en exact tachtig jaar later zijn laatste adem weer uitblies. In zijn twee boeken, ‘Timaeos’ en ‘Kritias’, omschrijft hij het leven op Atlantis tot in detail. Het is een eiland, groter dan Afrika. De mensen leefden er als god in Frankrijk. Ze woonden in kleine maar mooie huizen en kwamen er niks tekort. Ze waren stuk voor stuk hoogopgeleid en stonden erg ver in de wetenschap, wiskunde en astronomie. Ook in de wereld van geneeskunde stond men erg ver. Omstreeks 10.500 jaar voor Christus werd dat hele paradijs verzwolgen door zee. Hoe dit ging, daar bestaan verschillende theorieën over.

Mogelijk was een komeet de boosdoener. Zo’n enorm stuk steen dat vanuit het heelal komt, exact op de meest geciviliseerde plaats op aard neerkwakt en daar alle beschaving wegvaagt? Volgens verschillende theorieën zou Atlantis zo van de kaart geveegd zijn.

Of de bijbel nu een sprookjesboek, de autobiografie van een bende fantasten of een echt heilig boek is, één ding is redelijk straf: de grote zondvloed, die Noach ertoe aanzette zijn ark in mekaar te knutselen en het ruime sop te kiezen, zou 10.500 jaar voor Christus hebben plaatsgevonden. Jawel: da’s exact de periode waarin Atlantis van de kaart verdween.

De meningen zijn verdeeld over waar Atlantis lag. Volgens velen is dat in het midden van de Atlantische Oceaan en àls het daar paradijselijk eiland daar lag, dan lag het exact op een breukvlak van platentektoniek. Het is bijgevolg goed mogelijk dat Atlantis verdween door een grote aardverschuiving. Volgens enkele Amerikaanse geologen dateerde de laatste grote aardverschuiving uit – jawel – 10.000 en 11.000 jaar voor Christus.

Volgens de geschriften van Plato wilden de goden de Atlantiërs straffen voor hun inhalige gedrag dat zij op het einde van hun beschaving tentoonspreidden en schudden diezelfde goden een reeks natuurrampen uit hun mouw. Die theorie wordt in onze tijden als minst ongeloofwaardige beschouwd, maar dit is Plato’s versie:

Heel veel jaren lang waren de koningen gehoorzaam aan de wetten van de goden. Ze waren edelmoedig en deelden alles met hun volk en eeuwenlang werd er zo gelukkig geleefd op Atlantis. Die koningen waren dan ook halfgoden. Maar… naarmate generaties sleten, verdween het goddelijke meer en meer en kreeg de menselijke natuur de bovenhand. De koningen wilden meer macht en meer weelde en waren vastbesloten op veroveringstocht te trekken. Er lag buiten Atlantis immers nog een hele wereld waar mensen nog in het stenen tijdperk leefden. Oppergod Zeus riep de andere goden bij elkaar om hierover te vergaderen en er werd uiteindelijk besloten dat Atlantis vernietigd moest worden.

Verschillende archeologen zijn ervan overtuigd dat Atlantis in de Middellandse Zee lag. Rond Malta namelijk, waarvan de rotsstructuren al héél oud zijn. Of waarom niet het Griekse eiland Santorini? Er zijn daar nog wat dingen terug te vinden van de Minoïsche beschaving, maar het eiland werd plusminus 1.500 voor Christus getroffen door een aardbeving van formaat, waardoor het grotendeels verzwolgen werd door het zilte zeewater. Nog niet zo lang geleden werden daar voorwerpen opgegraven die verband houden met een stierencultus, zoals die volgens Plato eveneens op Atlantis heerste. Alleen: Atlantis verging volgens Plato duizenden jaren eerder én lag het eiland ‘voorbij de zuilen van Hercules’, waarmee hij de Straat van Gibraltar bedoelde. Plus: probeer in de Middellandse Zee maar eens een eiland ‘groter dan Afrika’ neer te poten…

Tel die dingen bij mekaar op en u komt automatisch in de Atlantische Oceaan terecht. Dat zou overigens meteen verklaren hoe die Oceaan aan haar naam kwam.

Atlantis zou gevormd geweest zijn door een keten van eilanden en bergruggen in het midden van de oceaan. Tussen Europa, Afrika en Amerika. Door een enorme natuurramp zou Atlantis vergaan zijn en zouden alleen de Canarische Eilanden en de Azoren, ooit toppen van de Midden-Atlantische bergrug, boven de zeebodem blijven uitsteken. Da’s een verhaal dat theoretisch gezien kan kloppen: de dunne oceaanbodem nabij de Azoren herbergt ook wel degelijk een enorme vulkanische zone. Mogelijk zijn de Bahama’s, aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, eveneens overblijfselen van het teloorgegane Atlantis. In de buurt van het eiland Bimini zijn er in 1968 door duikers overigens enorme onderwaterconstructies ontdekt die weleens resten van het oude Atlantis kunnen zijn.

In 1882 schreef politicus en wetenschapper Ignatius Donnelly een boek over Atlantis: ‘The Antedilivian World’. Hij omschreef daarin dat er wel heel opvallende overeenkomsten zijn in de mythologie, astrologische kennis en bouwstijl aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. Ook werden er zowel in Afrika als Zuid-Amerika fossielen gevonden die volgens Donnelly aantoonden dat er ooit landbruggen moeten geweest zijn tussen de twee continenten.

Dan zijn er ook nog die beweren dat Atlantis onder een drie kilometer dikke ijslaag ligt. De Zuidpool, namelijk.

Professor Charles Hapgood, die geschiedenis en antropologie doceerde in New Hampshire, schreef er het boek ‘Maps of the Ancient Sea Kings’ over in 1966. Daarin staat een eeuwenoude kaart gepubliceerd, waarop Antarctica staat afgebeeld. Da’s op zich geen wereldschokkend nieuws natuurlijk, maar wel dit: die kaart was eigendom van de Turkse admiraal Piri Re’ en dateerde uit 1513. Of met andere woorden: drie eeuwen vooraleer de Zuidpool werd ontdekt. Die admiraal had dus kennis over Antarctica die hij helemaal nog niet kon hebben. Het Antarctica van 1513 zag er overigens helemaal anders uit dan nu, met grote bergketens, rivieren en vlakten. Mogelijk heerste er daar in die tijd nog een subtropisch klimaat, wat een goed leven er perfect mogelijk maakte. Ook deze plek ligt trouwens ‘voorbij de zuilen van Hercules’. Redelijk ver er voorbij, dat dan weer wel. In datzelfde boek staan kaarten die stammen uit de oudheid en waaruit Hapghood besloot dat er meer dan tienduizend jaar geleden een beschaving moet hebben bestaan, die weet had van geografische lengte- en breedtegraden. In Europa had men die kennis pas in de achttiende eeuw…

In 1949 trok een Brits-Zweedse expeditie erop uit naar Antarctica. Zij konden niks anders dan besluiten dat de eeuwenoude kaarten in Hapgoods schrijfselen ook nog eens ongelooflijk nauwkeurig waren. Ze ontdekten dat het continent zo’n tienduizend jaar geleden inderdaad nog ijsvrij moet geweest zijn. Op nauwelijks 300 kilometer van de zuidpool vonden geologen fossielen van loofbomen die enkel kunnen overleven in een warm klimaat.

Zoveel theorieën, zoveel wetenschappelijk onderzoek dat uiteindelijk niks bewezen. Misschien zullen we nooit met zekerheid weten waar onze ‘beschaving’ vandaan komt. Mogelijk stammen wij helemaal niet af van primitieve holbewoners die elkander met knotsen het hoofd insloegen, maar wel van een soort van ‘oerbeschaving’ die even ver of mogelijk zelfs nog verder stond dan wij nu, maar die door één of andere natuurramp zo goed als van de kaart werd geveegd.

Zelfs meer en meer oudheidkundigen geraken er stilaan van overtuigd dat er, lang voor het Grote Egyptische Rijk, een beschaving moet bestaan hebben die op vlak van algemene ontwikkeling minstens even ver stond dan wij nu, maar dat die rond het jaar 10.500 voor Christus zo goed als weggevaagd werd.

Waarom zij daar zo’n vermoeden van hebben? Ten eerste zijn de sfinxen in Egypte allicht al meer dan tienduizend jaar oud. Tot die vaststelling kwam men recent en dat is véél ouder dan wat tot toen werd aangenomen. Nog straffer is de stand van de piramides: die komt namelijk exact overeen met de stand van het sterrenbeeld Orion van 10.500 voor Christus. De ‘oude Egyptenaren’ konden onmogelijk de apparatuur gehad hebben om de sterren zo nauwkeurig te bestuderen. Daarbij komt nog dat de grote Sfinx bij zonsopgang in die periode keek naar het opkomende sterrenbeeld van de Leeuw, wat z’n evenbeeld is.

Ook aan de andere kant van de oceaan, in Mexico om precies te zijn, staan wetenschappers nog steeds voor niet opgeloste raadsels. Bouwwerken, opgetrokken uit stenen die duizenden kilo’s wegen en die zeer nauwkeurig op elkaar gestapeld staan. Of grote mensenhoofden, met de duidelijke gelaatstrekken van zwarte Afrikanen en van blanken. De beeltenissen moeten meer dan tienduizend jaar oud zijn. Christoffel Columbus, die had toen Amerika nog niet ontdekt en dus konden daar in die tijd onmogelijk blanken of zwarte Afrikanen aan land geweest zijn. Tenzij…

REACTIES

Lees ook Meer van deze auteur