Toogverhalen: Antwerpse studentenclub ontfutselt tram van onder de neus van politiekorps

413

Disclaimer: deze verhalen berusten op oncontroleerbare waarheden en werden met menig pint en bravoure geretoucheerd doorheen de geschiedenis. Aflevering 1: een niet nader genoemde studentenclub steelt een tram van onder de neus van een niet nader bepaald politiekorps.

We schrijven september ergens eind jaren ’50. Europa is nog steeds aan het bekomen van de Tweede Wereldoorlog, die aan zo’n 50 miljoen mensen het leven kostte. De Bondsrepubliek Duitsland krijgt de toestemming om zich te herbewapenen, terwijl in het oosten van de Unie het IJzeren Gordijn wordt opgehangen. In Italië, Frankrijk, Spanje en Portugal zwaaien (semi)fascistische partijen de scepter en in de Verenigde Staten organiseert Senator Joseph McCarthy een klopjacht op alles dat rood ziet. De waterstofbom leidt de Atoomklok in, waarna ook het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk beginnen te experimenteren met uiterst brandbare materialen.

In België blijft het rustig, al vechten de Katholieke Kerk en de overheid onderling een geleerde strijd om het onderwijs uit. Er moet altijd wel ergens over gemopperd worden in het land. Maar daar ligt de gemiddelde student voorlopig nog niet bepaald van wakker. Het is september, ergens in het begin, midden of einde van die herfstmaand, dat maakt de eerste weken van het academiejaar niet zoveel uit. Niet alleen de universiteiten en hogescholen, maar ook de studentenclubs lijven officieel hun nieuwe leden in. Zo ook in het Antwerpse.

In menig studentencafé doen nog wilde verhalen de ronde over de Slag om het Gravensteen in Gent, november 1949, waartoe werd opgeroepen met een simpel briefje:

“[…] Commilitones, neemt allen deel aan de reusachtige studentengrap die op touw wordt gezet voor woensdag 16 november. Scenario: bezetting van het Gravensteen. […] Brengt munitie van alle slag, doch onopgemerkt, desnoods ook uw boterhammen mee. […] Wachtwoord: Uilenspiegel! Belangrijk bericht: Zweigen. Feind hört mit!”

Deze protestactie, zogenaamd tegen de verhoogde bierprijzen, maar feitelijk tegen de verveling, zou de geschiedenis ingaan als grootste studentengrap aller tijden. Een maand later, op 7 december van datzelfde jaar, dringen de Antwerpse Wikingsstudenten het Mechelse stadsmuseum binnen om er het Opsinjoorke te onttronen. Deze wordt niet veel later overgeleverd aan de Antwerpse burgemeester, Lode Craeybeckx, die van de gelegenheid gebruik maakt om de pop een tijdje tentoon te stellen in het Rockoxhuis in Antwerpen alvorens deze aan zijn rechtmatige eigenaar te overhandigen. Geen enkele student, noch in Gent, noch in Antwerpen, wordt gerechtelijk vervolgd.

“Maar, Commilitones, de laatste goeie studentengrap dateert nu toch al van zo’n tien jaar geleden”, moet er in een Antwerps studentencafé op een avond geopperd zijn. “Wordt het niet eens tijd dat wij op onze beurt nog eens wat oproer veroorzaken, al is het maar om de verveling te verdrijven?”

En zo alarmeert een agent van het Berchemse politiekorps een paar avonden later de plaatselijke rijkswacht.
“Wij zijn tot de vaststelling gekomen dat er een diefstal is gepleegd in het tramdepot.”
“Wat is er dan gestolen, mijnheer?”
“Tram 7. Wij zagen een paar jongmensen rondhangen rond het depot, gelegen schuin over ons kantoor. De tram is het laatst gesignaleerd ter hoogte van het Harmoniepark.”

Aldaar wordt het losgebroken gevaarte uiteindelijk onderschept door de lokale politiemacht. Een aantal jongeren dat studentikoos aandoet, wordt opgepakt.
“Ik was toevallig in de buurt, mijnheer de agent. Ik wou nog net de laatste tram nemen.”
“Ik zag daar een paar van mijn vrienden rondhangen en heb mij bij hen gevoegd, maar ik wist niet wat er op dat moment aan de gang was.”
“Ik heb met deze zaak helemaal niets te maken, mijnheer. Ik was gewoon op weg naar huis na die laatste pint op café.”
Menig studentenneus bloedt die nacht, geen enkele wordt gerechtelijk vervolgd.

Hoewel de grap de kranten niet haalt, doet het verhaal van de dappere diefstal in menig Antwerps studentencafé nog lange tijd de ronde.
“De flikken keken nogal op toen ze die tram hortend en stotend het depot uit zagen komen…”
“Ik heb gehoord dat ze helemaal zo ver niet zijn geraakt, maar een paar honderd meter…”
“Niets van, een paar van mijn maten waren erbij, ik zeg natuurlijk niet wie, tot aan het Harmoniepark zijn ze gereden… Daar allemaal gaan lopen…”
“Op heterdaad betrapt…”
“De rest van de nacht in het cachot, de dag daarna keurig in de mis…”
Anno 2019 zijn er nog steeds een paar toevallige voorbijgangers die er, met een frisse Jupiler in de hand, graag de details over verzwijgen.

 

Heb jij zelf ook een onwaarschijnlijk toogverhaal? Stuur een mail naar  tess@p-magazine.be. 

REACTIES

Lees ook Meer van deze auteur