Toogverhalen: de gestolen pinguïn die de wereld rond ging

208

Disclaimer: deze verhalen berusten op oncontroleerbare waarheden en werden met menig pint en bravoure geretoucheerd doorheen de geschiedenis. Vandaag: het onwaarschijnlijke verhaal van de ontvoerde pinguïn die de wereld rond ging.

Ergens rond de eeuwwisseling maakte een Kempense klasgroep een uitstapje naar Planckendael. Het weer was typisch Belgisch; een beetje druilerig, afgewisseld met aangename opklaringen, eigenlijk niet al te slecht voor een daguitstap als deze. En die waren over het algemeen best vermoeiend, wist ook de jongen helemaal achterin de bus. Deze zat natuurlijk stampvol, de hoop op een lege plek naast zich had de jongen al gauw opgegeven. Met zijn rugzak op zijn schoot geklemd probeerde hij niet al te veel aandacht te besteden aan het gejoel en het gezang van zijn klasgenootjes, dat gedurende de rit van anderhalf uur geen enkele keer stil viel. De jongen keek neer op de auto’s die de bus voorbij staken en op de witte strepen op de weg, die soms erg snel, dan weer met lange tussenpozen langszij zoefden. Hij keek naar de putten in het wegdek en probeerde de kilometerpalen langs de berm te tellen. Soms miste hij er eentje omdat zijn zicht geblokkeerd werd door een andere wagen of omdat er een relletje ontstond op het gangpad van de bus. Na verloop van tijd begon ook dat hem te vervelen en richtte hij zijn blik op de nog grijze ochtendhemel.

Nadat iedereen goed en wel van de bus geraakt was, moesten de leerlingen per twee in de rij gaan staan. De jongen telde fluisterend mee met de leerkracht, die tussen de leerlingen door liep en telkens zijn handen even liet rusten op de hoofden van de net getelde pupil.
“Twee, vier, zes, acht,…”
In gedachten telde de jongen verder, wel tot hij aan zestig kwam. Zoveel leerlingen waren er natuurlijk niet. Gelukkig maar.

Met zijn allen doolden ze door de dierentuin, af en toe halt houdend bij de dieren die speciale aandacht vereisten, zoals de giraffen en de zebra’s, de leeuwen en de olifanten en natuurlijk de tarantula’s en de bidsprinkhanen. De leerkracht deed daar dan een woordje uitleg over, woordjes die ze moesten aanvullen op de stippellijnen in de cursus die de kinderen meezeulden. De jongen vond het moeilijk om te schrijven, zo rechtopstaand, met het schrift balancerend in zijn slechte hand en zijn balpen die begon uit te lopen van het constant aan en uit klikken. Aan de speelgelegenheid ter hoogte van Amerika en Oceanië hielden de leerkrachten eindelijk halt. De kinderen mochten daar hun boterham opeten en een uurtje vrij spelen in het park. Daarna zouden ze hun tocht doorheen het dierenrijk verderzetten.

De jongen vond een rustig plekje op een bankje dat uitkeek op de flamingo’s. Hij kon er net tien tellen die op één poot in de kunstmatige rivier balanceerden. Ondertussen had de jongen het warm gekregen van het worstelen met zijn cursus en trok hij zijn jas uit. Daarna haalde hij zijn lunchpakketje uit zijn boekentas en deed zich er smakelijk aan tegoed. Boterhammen met choco waren altijd al zijn favoriet geweest. Hij telde er vier. Net genoeg.

Exact een uur later voegde de jongen zich opnieuw bij zijn klasgenoten. Het was tijd om de rest van Amerika te verkennen om daarna door te trekken naar Oceanië en Azië. Dan zouden ze weer aan de uitgang komen, waar de bus op hen stond te wachten om hen terug naar de Kempen te voeren. Met zijn balpen en zijn cursus in de aanslag volgde de jongen de leerkrachten het pinguïnverblijf in. Daar viel zijn mond open van verbazing. Overal waar hij keek, zag hij pinguïns staan, zwemmen, huppelen en met hun vinnen klappen. Verwoed probeerde hij ze allemaal te tellen, maar hij kwam steeds op een ander getal uit. Ofwel miste hij er ergens één, ofwel telde hij er eentje dubbel. Dat bracht hem zo van slag, dat hij er de rest van de dag zijn aandacht maar moeilijk bij kon houden.

Rond half vijf die avond stelden de leerlingen zich opnieuw per twee op in een rij. Dezelfde leerkracht als die ochtend liep door de haag pupillen heen en tikte met zijn handen op de hoofden van de kinderen terwijl hij telde. Er klopte echter iets niet. Opnieuw liep hij door de rij leerlingen heen en opnieuw kwam hij tot de vaststelling dat er iemand ontbrak. Het duurde even voordat de leerkrachten wisten naar wie ze op zoek moesten gaan, maar eenmaal de identiteit van de jongen werd vastgesteld, zetten ze de leerlingen op de bus en liepen ze gehaast de dierentuin weer in. Na bijna een uur zoeken werd hij gevonden, doorweekt tot op het bot, rillend van de kou.

De jongen leek geen woord te kunnen uitbrengen en klemde zijn rugzak stijf tegen zich aan. Terwijl de onderwijzers hem van een flinke uitbrander bedienden, voerden ze hem gehaast naar de wachtende bus. Het was al erg laat en de leerkrachten wilden verontrustte telefoontjes van de ouders aan de schoolpoort vermijden. De hele busrit lang zat de jongen bedeesd naast een van de leerkrachten, klam en koud, met zijn rugzak op zijn schoot.

Diezelfde avond krijgt de directeur van de school alsnog een bizar telefoontje van één van de ouders van de kinderen die op schoolreis waren geweest naar Planckendael.
“Hoe is het mogelijk”, roept de moeder over de telefoon. “Dat mijn zoon met een nog levende pinguïn in zijn rugzak thuiskomt van een dagje in de dierentuin!”

“Onmogelijk”, beweert de woordvoerder van de Zoo. “Een pinguïn laat zich niet vangen. Daarbij worden de dieren streng in de gaten gehouden, zijn ze allemaal gechipt en is de temperatuur van het water maar zes graden. Daar kunnen mensen niet in zwemmen.”

Het verhaal van het kletsnat jongetje met een pinguïn in zijn rugzak duikt niet veel later ook op in Nederland en de zoo van Boston in Massachusetts, VS, moest zelfs een persconferentie houden omdat ze overstelpt werd met vragen omtrent een ontvoerde pinguïn in de rugzak van een klein, autistisch jongetje.

Heb jij ook een onwaarschijnlijk toogverhaal? Deel het dan met ons, via info@p-magazine.be

REACTIES

Lees ook Meer van deze auteur