Toogverhalen: “Meisje van plezier waste mijn lid met schuurspons”

3.144

Disclaimer: deze verhalen berusten op oncontroleerbare waarheden en werden met menig pint en bravoure geretoucheerd doorheen de geschiedenis.  Al hebben we dit wel horen vertellen vanop de eerste rij. Deze keer: het onwaarschijnlijke verhaal van een lichtekooi die yoghurtkanonnen oppoetst met een schuurspons.

Een jaar of twee geleden wandelde ik van onze redactie naar de Franklin Rooseveltplaats in Antwerpen. Dat was geen sinecure, met al die werken. Filestaanders stonden massaal C02 uit te stoten, daar in de lage emissiezone. Aan het kruispunt van de Leien met de Kipdorpbrug werd er keihard gewerkt. Maar nog harder geklungeld. Een pannenkoek reed daar met een bulldozer een hele stapel metalen hekken omver. Geen enkele voetganger die er nog dor kon. En ik dus ook niet.

Het verkeerslicht werd groen. En weer rood. En weer groen. Nogmaals rood. Pas bij de vierde keer had die bulldozerhooligan zijn rommel zo gemanoeuvreerd, dat iedereen weer kon passeren. Aangekomen op de Rooseveltplaats zag ik bus 427 – diegene die ik hebben moest – net vertrekken natuurlijk. Verdomme, een uur wachten op de volgende.

Een colaatje gaan drinken om het wachten wat draaglijker te maken dan maar. Bij Café Manila Bay, vlakbij de Rooseveltplaats. Ik zette me aan de toog, naast een meneer die kennelijk al niet meer aan zijn eerste pintje toe was. Ook niet aan zijn tweede. Met een rood hoofd zat hij recht voor zich uit te staren recht in het decolleté van de serveuse, die glazen aan het spoelen was. Het was dan ook nogal de moeite, haar decolleté. Haar cupmaat kon ik niet gokken – vanaf pakweg een D ben ik het spoor bijster – maar tussen haar linker- en rechterborst kon je makkelijk een Duitse herder verstoppen. Of toch op zijn minst een Duitse herder-pup.

“Hey”, hoorde ik plots de meneer met het rood aangelopen hoofd. Hij had zich omgedraaid naar mij. “Zijt gij… zijt gij al eens naar de meiskes van plezier geweest?”

“Ja,” antwoordde ik, “welgeteld één keer. Maar ik ben er toen wel ineens de godganse dag blijven plakken. En er bijna gestorven ook. Maar dat is een lang verhaal.”

“Ik… ik ben vandaag speciaal naar Maasmechelen gereden,” sprak het sujet, “om er deze te ontmoeten.” Hij haalde zijn smartphone boven en toonde me, na enig zatte vinger-geklungel, een advertentie van een openbare dame. “Zoudt gij… zoudt gij haar doen?”

“Tja”, stamelde ik. Ik dacht na. Wat moest je tegen zo’n beschonken kerel zeggen, om hem niet tegen je in het harnas te jagen? Zeggen dat je haar zou naaien tot je voorhuid erbij wegsmelt? Of hem wijsmaken dat je je tampeloeres nog liever in de muil van een krokodil steekt?

“Gelukkig zat hij niet te wachten op mijn antwoord. “Niet doen,” klonk het, “bespaar jezelf de trip naar fucking Limburg. Ge kunt nog beter uw 160 euro hier in de Schelde gooien, dan ze aan haar te geven. Ik dacht: zo’n schoon kind. Daar wil ik het wel eens mee doen. In haar advertentie belooft ze je de hemel op aarde. Oraal zonder rubbertje. Tongzoenen, alle standjes die je maar wil, je fopsneeuw op haar mooie gezicht lossen, noem maar op. Ik een afspraak gemaakt en met een broek vol goesting naar ginder. Ik zou haar alle hoeken van haar slaapkamer laten zien, om te eindigen met een knaller op die mooie snoet van haar.”

“Toen ze de deur opende, sloeg mijn hart een slag over. Ze was wel een beetje kleinder dan ik had verwacht, maar voor de rest nog mooier dan op de foto’s. Ik werd nog heter. Maar toen begon het. Ik moest me eerst wassen, en zij zou me daarbij helpen. Ze heeft mijn Charel gewassen met een desinfecterend middel. Met een schuurspons. Kan je dat geloven? Met een schuurspons zeg ik je!”

“Dan. Oraal deed ze toch niet zonder. Kussen alleen maar als ik vijftig euro extra zou betalen. Maar ik had geen vijftig euro meer bij. En terwijl we het deden trok ze zo’n afschuwelijke grimassen dat ik er weer slap van werd. Op z’n hondjes dan maar? Neen, dat ging niet, want madam had een pijnlijke knie. Dan wilde ze mij manueel bevredigen, maar mijn lid deed pijn van haar schrobbeurt. Met die schuurspons. Uiteindelijk stond ik drie kwartier later weer op straat, met een pijnlijke matrak, 160 euro armer en zonder een hoogtepunt beleefd te hebben. Ik zweer het je: je gooit beter je geld in de Schelde dan dat wijf te bezoeken!”

Dan pauzeerde hij even, keek bedenkelijk. Alsof hij bij zichzelf checkte of het wel allemaal zo gegaan was zoals hij net verteld had. Om tot slot te vragen: “En gij? Gaat gij wel eens naar de meiskes van plezier?”

“Nee,” antwoordde ik, “ik ga geregeld 160 euro in de Maas gooien. En als je me nu wilt excuseren: ik moet mijn trein naar Maasmechelen nog halen.”

Heb jij ook een onwaarschijnlijk toogverhaal? Deel het dan met ons, via info@p-magazine.be

REACTIES