Vlaamse 36-jarige maagd: “Als ze in mijn slipje willen, maak ik het uit”

1.709

Leonie is 25, nog maagd en iedereen mag het weten: daarom stond het deze week in alle kranten. Maar is dat nu zo speciaal? P ging op zoek naar een maagd met nog meer jaartjes op de teller.

Leonie is een niet onknappe jongedame van 25. ze werkt achter de schermen bij VIER en VIJF, en ze zoekt in een gloednieuwe vlogreeks op VIJF.be naar een lief, om spoedig verandering te brengen in haar onbevlekte status.

Meneer pastoor knijpt de poesjes in het donker

Allemaal goed en wel natuurlijk, maar P besloot om iemand te zoeken die Leonie overtreft qua leeftijd en op zijn minst even onbevlekt is. Het maakte ons niet uit of het nu een man of een vrouw is: zolang dat over de bloemetjes en de bijtjes nog maar niet in de praktijk was omgezet. En zo kwamen we via via uit bij een 46-jarige, Limburgse pastoor. Want die kerel moét nog maagdelijk zijn, toch?

“Volgens de katholieke kerk kan je enkel intiem zijn binnen het huwelijk,” zo steekt de man van wal. “En aangezien een geestelijke niet in het huwelijk kan treden, kan hij het dus ook niet doen. Vermits wij priesters het voorbeeld moeten geven wat kuisheid betreft, dienen wij onze lusten te beheersen. Maar ik moet toegeven dat dit niet altijd even gemakkelijk is.”

Meneer pastoor heeft namelijk nog wat op te biechten. Nochtans is het nog redelijk vroeg in de ochtend en heeft hij – allicht – nog niet aan de miswijn gezeten. “Mijn naam of parochie wordt zeker niet vermeld? Want wat ik nu ga vertellen, daarmee zullen sommigen niet mee kunnen lachen. Er zullen wel geestelijken zijn die het celibaat volhouden. Maar er zijn er ook die dat niet kunnen. Ik heb daar weet van. Ik behoor tot die laatste groep.”

“Ook een geestelijke heeft een sociaal leven. Ik ga, net als andere mannen, wel eens op stap met vrienden. Een jaar of tien geleden kwamen we zo eens op de Amsterdamse walletjes terecht, en toen liep het grondig mis. ‘Pastoor of niet, ge moet het toch eens in uw leven gedaan hebben!’ zeiden mijn vrienden. Ik had een glaasje teveel op en liet me daar verleiden door een schoon zwartje. Ik kon haar niet weerstaan, het vuur brandde in mijn lendenen. Bovendien kon ik mijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen: hoe zou het voelen om een vrouw te beminnen? En eens ik van de verboden vrucht geproefd had, kon ik er niet meer afblijven. Als de nood nu hoog is, trek ik naar Amsterdam of Aken. Ver genoeg alleszins, waar ze me zeker niet kennen. Ik doe voor de rest geen vlieg kwaad, dus onze Lieve Heer zal me wel vergeven zeker?”

De aseksuele vrouw

Tja, wat ik daar van denk? Als zelfs geestelijken niet kunnen weerstaan aan zo nu een dan een potje aardse verwennerij, dan kunnen gewone stervelingen dat toch zeker niet? Toch: er zijn uitzonderingen. We ontmoeten Helena, of zo noemt ze zich toch. Een 36-jarige vrouw die qua maagdelijkheid niet moet onderdoen voor moeder Maria. Al verloopt die ontmoeting niet echt van een leien dakje. Helena is namelijk nogal achterdochtig. “Wacht om 18u op me, op de parking van de McDonald’s”, sommeert ze me. “Als je er betrouwbaar uitziet, stap ik bij je in de auto en doe ik mijn verhaal. Maar als je gezicht me niet aanstaat, loop ik gewoon voorbij en zal je nooit weten dat ik het was. Stuur me een mail wanneer je er bent.” Zo, dat is duidelijk.

Twee dagen later sta ik om tien voor zes ‘s avonds op de bewuste parking. “Ik sta schuin voor de ingang”, mail ik haar. “Ik wacht op je in een rode BMW.”

Wat later stapt een slanke dame met lange, blonde lokken bij me in de auto. Ze geurt lekker en heeft een leuke snoet. Ik hou het haast niet voor mogelijk dat deze dame nog geen ervaring heeft. Ik moet op mijn tong bijten om niet met de meest foute openingszin ooit op de proppen te komen, maar het dendert wel door mijn hoofd: zonde. “Ik ben Helena”, klinkt haar heldere stem en ze reikt me haar verzorgde hand met paarsgeverfde, lange nagels. Vooraleer ze iets vertelt, moet ik op mijn plechtige-communiezieltje beloven dat ik haar echte naam niet zal verklappen. Ik vertel haar maar niet dat ik mijn plechtige communie nooit heb gedaan – sorry, meneer pastoor – en vul haar aan: “En ik zal ook niet verklappen van welke parochie u bent.” Ze kijkt me stoïcijns aan en even vrees ik dat ze er weer vandoor zal gaan. Maar dan begint Helena haar verhaal.

“Ik ben aseksueel. Ik heb het nog nooit gedaan en ik heb daar ook geen behoefte aan, dus ik zal het waarschijnlijk ook nooit doen. Al sinds de middelbare school weet ik dat ik een beetje anders ben dan de meeste andere mensen. Toen ik zeventien was, hadden al mijn klasgenootjes al wel eens een vriendje gehad. Ook mijn beste vriendin had iemand leren kennen en ze was smoorverliefd op die jongen. Verliefd zijn was een gevoel dat ik niet kende. Ik vond sommige jongens ook wel knapper dan anderen, maar vlinders in de buik kreeg ik daar nooit van. Ik kon me zelfs niet voorstellen hoe dat voelde. Op een keer vertelde die vriendin dat ze het had gedaan met haar vriend. Hun eerste keer was een beetje ongemakkelijk gegaan, liet ze weten. Maar de keren daarna waren zalig. Ze vertelde me de dingen zo gedetailleerd, dat ik er haast misselijk van werd. Een mannelijk lid dat je lijf binnendringt: het leek me eerder pure horror. Maar misschien was ik gewoon een laatbloeier?”

“Een jaar of twee later had ik dan zelf mijn eerste vriendje. Ik voelde niks voor hem, maar hij had zo hard zijn best gedaan om me te krijgen dat ik medelijden kreeg en hem een kans gaf. Ik vond het zalig dat hij me lief vastpakte en me op mijn voorhoofd kuste. Maar het tongzoenen dat erbij hoorde, vond ik eigenlijk helemaal niet zo prettig. Toen we een maand of twee verder waren, begon hij aan te dringen voor meer. Daar had ik helemaal geen zin in en uiteindelijk heb ik het om die reden uitgemaakt. Langs de ene kant had ik daar wel spijt van. Ik vond het best leuk om een relatie te hebben en hij was een lieve, aangename jongen. Maar intiem met hem zijn, dat was voor mij echt een brug te ver.”

Een mannelijk lid dat je lijf binnendringt: het lijkt me pure horror.

“Toen onze relatie gestrand was, begon ik te denken dat ik misschien voor de vrouwen was. Ik begon uit te gaan op plaatsen waar nogal wat lesbiennes kwamen en zo kreeg ik een tijdlang verkering met een vrouw. Knuffelen met haar vond ik fijn, zolang er maar geen tong aan te pas kwam. Ook dit keer ontbrak de seksuele aantrekkingskracht. Dat ze soms aan mijn borsten frutselde vond ik nog wel enigszins oké, maar de avond dat ze in mijn broekje wilde zitten maakte ik het uit.”

“Wat was er toch aan de hand met me? Ik zocht en vond het antwoord uiteindelijk in een bibliotheekboek. Ik was aseksueel. ‘Aseksualiteit: een totaalgebrek aan seksuele aantrekkingskracht en/ of seksueel verlangen. Een gebrek aan seksuele geaardheid, als het ware. Geschat wordt, dat er minder dan één procent van de wereldbevolking aseksueel is.’ Leuk is wat anders natuurlijk, maar nu wist ik tenminste wat er met me aan de hand was. Ik ben er niet fier op, dat ik zo ben. Ik schaam me er zelfs voor. Bijna niemand in mijn nabije omgeving die ervan op de hoogte is.”

“Inmiddels ben ik 36 en nog steeds heeft niemand me aangeraakt, daar beneden. Zelfs ikzelf niet. Of ik nu gelukkig ben? Ik schik me in mijn lot, laat het me zo zeggen. Ik geniet van mijn leven als vrijgezel, doe wat ik wil. Maar ik kan niet ontkennen dat ik iemand in mijn leven mis. Ik wil ook wel eens met iemand dineren bij kaarslicht, ‘s avonds voor de tv dicht tegen iemand aankruipen, na het werk tegen iemand vertellen hoe mijn werkdag is geweest. Ik ben dan misschien wel aseksueel, maar niet aromantisch. Weet je, eigenlijk wil ik gewoon een relatie. Maar dan zonder het vrijen. Maar een man of vrouw vinden – want het geslacht maakt voor mij niet uit – die met mij zo’n verbinding wil aangaan, dat is verdomd moeilijk.”

REACTIES

Lees ook Meer van deze auteur