Vlaamse vrouw bekent: “’s Avonds ging ik op café, op zoek naar gewillige mannen”

2.152

Veerle is een vrouw van 44. Ze was ooit getrouwd, maar haar man hield het slechts twee weken met haar vol. Veerle is namelijk verslaafd aan het liefdesspel, en dat maakt haar leven verdomd moeilijk. P-magazine had een onthullend interview met deze dame.

We spreken met haar af in een rustig cafeetje in Brugge, waar niemand haar kent. Ze is dan ook niet zo trots op haar verslaving, al is ze wel moedig genoeg om het ons te vertellen. “Als je denkt dat je met hetzelfde probleem worstelt, zoek dan naar hulp voor het te laat is.”

Waar het ooit misging, weet Veerle niet. Ze had een normale, en zelfs gelukkige jeugd. Ze was ook een laatbloeier. “Ik was zestien, toen mijn klasgenoten vertelden hoe ze zichzelf verwenden. Ze hadden het over het zalige gevoel dat dit teweegbracht, en op een zondagochtend wilde ik het ook wel eens proberen. Ik was een tijdje bezig, toen ik plots voelde hoe mijn onderlichaam zich vulde met een warme gloed. Enkele seconden later volgde een schokkend hoogtepunt. Ik heb het die dag nog een keer of vijf gedaan.”

“Sinds ik van mijn eerste hoogtepunt had genoten, liet het mij niet meer los. Ik wilde dat gelukzalige gevoel steeds opnieuw. Ik verwende mezelf voor ik naar school ging, en het was ook het eerste wat ik deed toen ik weer thuiskwam. Niet zelden bezocht ik op school tijdens de speeltijd het toilet, voor een moment van genot.”

“Op mijn zeventiende kreeg ik voor het eerst een vriendje en toen ging een nieuwe wereld voor me open: intiem zijn met een jongen. Maar spoedig kwamen we op een punt dat ik meer verlangde dan wat hij me geven kon, en ik hield er eveneens meerdere ‘friends with benefits’ op na. Onze relatie heeft niet lang meer geduurd natuurlijk, want hij wilde me niet delen met andere jongens.”

“Toen ik naar de hogeschool ging was ik single, wat niet wil zeggen dat ik niet met jongens sliep. Ik ging ‘s avonds op café en de eerste de beste jongen die ik tegenkwam en die wat aardig tegen me deed, nam ik mee naar mijn kot. Dun of dik, knap of minder knap, het maakte me niet uit. Soms meerdere op een avond. Ik kreeg een reputatie, maar daar zat ik niet veel mee in. Integendeel: steeds meer jongens wilden ook wel eens met me naar bed. Ze kwamen vrijwillig ‘solliciteren’, wat me goed uitkwam.”

Jongens kwamen vrijwillig ‘solliciteren’, wat me goed uitkwam.

Na haar studies ging Veerle aan de slag als sociaal assistente bij een OCMW. “Ik hoorde bij de volwassenen nu, en dus moest ik een beetje ‘normaal’ doen. Maar toch wilde ik meermaals per dag mijn hoogtepunt beleven. Het moest gewoon, het was een onverklaarbare drang waar ik niet aan kon weerstaan. Nadat ‘s morgens de wekker afliep, verwende ik mezelf. Daarna maakte ik mezelf klaar om te gaan werken. Maar vooraleer ik de deur uitging, deed ik het opnieuw. ‘s Avonds trok ik vaak de stad in, op zoek naar gewillige mannen.”

Maar ook op haar werk voelde ze meermaals per dag de drang opkomen. “Op den duur was het de gewoonte dat, als ik moest gaan plassen op het werk, ik mezelf ineens naar een hoogtepunt bracht. Veel tijd had ik daar doorgaans niet voor nodig, dus dat viel niet echt op bij de collega’s.”

Op haar zesentwintigste stapte Veerle in het huwelijksbootje. “Ik besefte ook wel dat het niet echt ‘normaal’ was wat ik deed. En ik dacht dat, als ik zou trouwen, ik vanzelf wel ‘normaal’ zou worden.”

Maar integendeel: de problemen werden al snel groter. “Mijn toenmalige man was nog van de oude stempel. Hij wilde wachten met intiem zijn tot we getrouwd waren. Sinds mijn studententijd had ik ‘het’ niet meer gedaan met jongens, enkel met mezelf. Maar toen ik onze huwelijksnacht opnieuw voelde hoe het was met zo’n mannenlijf, kon ik er alweer geen genoeg van krijgen. Ik eiste hem een keer of tien per dag op om de daad te doen, en dat kon hij natuurlijk niet aan. Het was zelfs zo erg dat hij, wanneer hij ging douchen, de deur van de badkamer op slot deed uit schrik dat ik hem anders zou bespringen. Ik kreeg opnieuw de onweerstaanbare drang om het met iedere man die ik kon verleiden, te doen.”

“We waren amper twee weken getrouwd, toen ik met iemand een vluggertje had in de auto. Een wildvreemde: hij had me nagefloten op straat en ik nodigde hem uit om mee te rijden en een rustig plekje te zoeken. We hadden het niet veilig gedaan. Ik kwam thuis, en mijn man trok me in de zetel en ging bovenop me liggen. ‘Ik moest enkele dagen recupereren, maar nu ben ik er weer klaar voor’, zei hij. Ik stribbelde tegen, vertelde dat ik eerst even naar de badkamer moest, maar daar had hij geen oor naar. Hij greep onder mijn rok, trok mijn slipje uit en… zag dat dit besmeurd was. Ik kon niet anders dan toegeven wat ik gedaan had. Ons huwelijk was al voorbij.”

“Ik verviel weer helemaal in oude gewoontes. Overdag verwende ik mezelf een keer of zes, zeven per dag, en ‘s avonds trok ik de stad in. Naar cafés waar veel volk kwam, op zoek naar mannen die ik kon verleiden voor een vluggertje. Nadat ik een keer een SOA opliep, deed ik het wel steeds veilig.”

“Tot het enkele jaren geleden ernstig misliep. Ik leerde op een avond een kerel kennen en stelde hem voor ‘het’ even in het toilet te doen. Hij nodigde me echter uit om mee naar hem thuis te komen, zodat we de ganse nacht van elkaar konden genieten. Dat leek me wel leuk: het was vrijdagavond en dus hoefde ik er ‘s anderendaags toch niet op tijd uit.”

“Onderweg naar hem thuis vroeg hij me, of ik weleens blinddoeken en handboeien had geprobeerd. Ik ontkende: ik had het dan al wel heel vaak gedaan en met heel veel verschillende mannen, het was wel altijd rechttoe rechtaan. Maar ik stond er wel voor open.”

“Toen we bij hem thuiskwamen, nam hij Viagra. ‘Om het de ganse nacht te kunnen volhouden’, zei hij. Nadien ketende hij me naakt vast aan zijn bed. Mijn armen boven mijn hoofd, mijn benen aan de beide hoeken van het bed. Ik lag erbij als een zeester. Toen begon hij me te slaan met een zweep. Niet erotisch, maar echt hard, om me pijn te doen. Ik smeekte om er mee te stoppen, maar hij ging door. Tranen rolden over mijn wangen, ik dacht dat mijn laatste uur geslagen was.”

Voor het eerst in mijn leven walgde ik ervan om intiem te zijn met een man.

“Na een tijdje stopte hij met slaan en penetreerde hij me. Echt hard en diep. Ik was wel wat gewend, maar toch deed hij me pijn. Nadat hij zijn hoogtepunt had, gaf hij me er opnieuw van langs met de zweep. Na een tijdje kroop hij weer bovenop me. Ik kon niet meer stoppen met huilen: voor het eerst in mijn leven walgde ik ervan om intiem te zijn met een man.”

“Dat ritueel herhaalde zich enkele malen. Tot hij me, zonder een woord te zeggen, weer bevrijdde, en ik ging er zo snel mogelijk vandoor. Ik was boos en verdrietig tegelijk: wat moest ik doen? Aangifte doen bij de politie? Maar dan moest ik uitleggen dat ik initieel avances had gemaakt op die man, en dat ik dat zo’n beetje iedere avond deed bij andere mannen. Daar had ik geen zin in.”

“Maar ik besefte wel dat er iets moest gebeuren: ik besefte voor het eerst in mijn leven dat ik écht een probleem had. Ik besprak dit met mijn huisarts en die raadde mij aan om in therapie te gaan. Daar stond ik eerst nogal kritisch tegenover: wat zou zo’n therapie me kunnen helpen? Ze moesten me opsluiten, met mijn handen op mijn rug gebonden, zodat ik mezelf niet meer kon verwennen, en ver genoeg weg van mannen. Maar een therapeut, wat kon die anders doen dan praten?”

“Toch heeft het me geholpen. Me vooral doen inzien dat ik echt wel hulp nodig had, dat ik anders ten onder zou gaan aan mijn verslaving. Ik kon mijn job verliezen, allerlei vieze ziektes oplopen, mannen tegen het lijf lopen die nog veel fouter waren dan mijn meest recente ervaring, en die me misschien wel zouden vermoorden.”

“Tegenwoordig heb ik mijn verslaving onder controle. Ik ben er misschien nog niet van af, maar heb controle. Ik bevredig mezelf slechts twee keer per dag. Eén keer ‘s morgens, één keer ‘s avonds. Ik heb soms nog wel zin in lichamelijk contact met een man, maar het is geen onweerstaanbare drang meer. Het moét niet meer, zoals voordien. Ik voel me zelfs klaar voor een normale, monogame relatie, als ik de juiste man tegen het lijf loop.”

Ik heb er vooral spijt van dat ik niet eerder hulp zocht, nu is het voor mij te laat om nog een gezin te stichten.

“Ik heb er vooral spijt van dat ik niet eerder hulp zocht. Ik was ervan overtuigd dat ik gelukkig was met het leven dat ik leidde. Maar nu ik erop terugblik… Ik had zo graag een normale echtgenote geweest. En een moeder: ik zie doodgraag kinderen. Maar ik ben nu 44. En zelfs loop ik morgen iemand tegen het lijf waar het mee klikt: ik ben stilaan te oud om nog aan kinderen te beginnen. Ik liet te lang mijn verslaving mijn leven beheersen.”

“Dat is ook de reden waarom ik mijn verhaal kwijtwil: als je denkt dat je in hetzelfde schuitje zit, zoek dan hulp vooraleer je halve leven voorbij is, zodat je nog genoeg tijd hebt voor de dingen die je écht zou willen.”

REACTIES

Lees ook Meer van deze auteur