Voor jou getest: BMW M850i, monster met drie gezichten

2.124

Wil je een musclecar, een racemachine of een comfortabele GT? Of wil je ze alle drie?

In 1989 kwam BMW met de 850i op de proppen. De wagen moest de concurrentie aangaan met comfortabele cruisers als de Porsche 928 en de Mercedes SL. De ontwikkeling van de auto had ruim een half miljard euro gekost, maar hij zat dan ook bomvol gloednieuwe technologische snufjes. Helaas kwam de wagen net in een periode waarin brandstofprijzen de hoogte inschoten, en allicht daardoor bleef de verkoop na tien jaar steken op ‘slechts’ een slordige 30.600 exemplaren.

Nu is er opnieuw een 8-reeks coupé, die voorlopig verkrijgbaar is als M850i xDrive en 840d xDrive. Wij reden een weekje met de M850i.

De daklijn van de nieuwe 8-serie doet ons een beetje denken aan die van een Ford Mustang Fastback. Eigenlijk heeft hij ook wel wat gemeen met een musclecar. In het vooronder ligt namelijk een V8 die, in Sport-modus geschakeld, een helse bulder loslaat op eenieders trommelvlies. De wegligging heeft-ie dan weer niet gemeen met zo’n musclecar, maar daarover later meer.

Over die V8: dat is het welbekende 4,4-liter TwinTurbo-blok. Speciaal voor de M850i kreeg die wat meer vermogen (530pk) en koppel (750Nm). Daarmee is de uit de kluiten gewassen vierwieler bijzonder vlot. Een sprintje naar de 100 km/u neemt 3,7 tellen in beslag, middels een elektronische ingreep worden de paarden bij 250 km/u in toom gehouden.

De wagen is met een lengte van 4,85 meter, een breedte van 1,90 meter en een hoogte van 1.34 meter imposant. Het interieur is wat minder groot. Voorin zit je ingekapseld tussen de deur en de middentunnel, zoals dat nu eenmaal hoort in een coupé. Achterin geraak je echter geen volwassene kwijt. Tenzij het een dwerg is misschien. Het dashboard is tegenwoordig digitaal bij BMW, en dus ook bij deze M850i xDrive. Daarbij is het even wennen aan de toerenteller die net ‘andersom’ gaat.

Na een druk op de startknop laat de V8 zich een moment bulderend horen, waarna het eigenlijk redelijk stil wordt in het interieur. In de Comfort-modus heb je een GT die relatief comfortabel is, maar tegelijk ook perfect doorgeeft hoe het met het wegdek onder je kont gesteld is.

De achttraps automaat weet haast naadloos de juiste versnelling te kiezen, en jaagt de V8 niet nodeloos op toeren. Over toeren gesproken: op de snelweg maakt die, tegen 120 km/u, 1.700 omwentelingen per minuut.

Discreet palaver je niet door het verkeer met de M850i. Het aantal keren dat een andere auto naast ons kwam rijden op de snelweg en de chauffeur of diens passagier een mobieltje bovenhaalde om foto’s te maken, vallen niet op één hand te tellen.

Zet je ‘m in de Sport-modus, krijg je plots een auto met een heel ander karakter. De uitlaten laten hun pops and bangs op de wereld los, de ophanging wordt stugger, de gasrespons directer en de auto lijkt wel uit te schreeuwen: ‘Geef me asjeblief op mijn donder!’ Het leukst wordt het dan wanneer je de pook van de automaat een tikje naar links geeft, waarna je zelf de versnellingen kiest met de peddels achter het stuur.

In de basis is de M850i xDrive achterwielaangedreven. Merkt de wagen dat er ergens grip verloren wordt, dan gaat er eveneens een deel van de 530 paarden naar de voorwielen. En je zou het misschien niet verwachten van zo’n grote coupé, maar op bochtige binnenwegeltjes ontpopt de M850i zich tot een echte sportwagen. Door de meesturende achterwielen kan je verrassend kort de hoek om. Wie de auto wil laten uitbreken zal heel hard zijn best moeten doen, want de grip lijkt wel oneindig.

Heeft de M850i dan geen enkel nadeel? Jawel. Ze hebben er daar in Duitsland verdorie teveel Freude am Fahren ingestoken. Bestemmingen die we verzonnen hebben, om er toch maar mee weg te zijn. Het heeft zelfs geen haar gescheeld of we vulden bij een bestelling via het internet in, bij de opmerkingen: ‘Je hoeft het niet op te sturen, we komen het zelf wel halen.’

We hebben het dichtstbijzijnde benzinestation dan ook frequenter dan anders bezocht, gedurende onze testweek. Wat-ie dan zuipt? We zaten op een gemiddelde van 14,1 liter. Da’s enerzijds normaal voor een auto van dit kaliber, maar anderzijds toch ongeveer het dubbele van onze eigenste, iets kleinere coupé.

De prijs? Ons testexemplaar had een prijskaartje van exact 140.000 euro. Daar zijn nog – even exact – voor 10.000 euro aan opties bij inbegrepen. De dieselvariant heb je vanaf 102.000 euro.

Tot slot: aangezien we de voorbije week niet van achter het stuur weg te plukken waren, vergaten we foto’s van onze testauto te maken. En dus zal je het met deze persfoto’s moeten doen.

2

Picture 2 of 21

REACTIES

Lees ook Meer van deze auteur